Onderwijsinnovatie

2.1 Lectoraten

2.1.1 Duurzame innovatie in de regionale kenniseconomie

Het lectoraat ‘Duurzame innovatie in de regionale kenniseconomie’, opgericht in 2009, is een combinatie van NHL Stenden en het Alfa-college met als gezamenlijke opdracht: ontwikkel, onderzoek en verdiep nieuwe en duurzame vormen van regionale publiek-private samenwerking in lerende netwerken tussen hbo, mbo en bedrijfsleven op nieuwe combinaties van Vrije Tijd & Wonen & Gezondheid. De kenniskring bestaat in 2018 uit 28 kenniskringleden en is georganiseerd in 3 regioteams: in respectievelijk Drenthe/ Noordoost Overijssel, Groningen en Friesland. Het onderzoek is gebundeld in 3 onderzoeksprogramma’s:

  • crossovers Vrije Tijd, Gezondheid en Wonen;
  • leren op de innovatieve werkplek;
  • lerende netwerken, rond de 30 projecten in co-makership met bedrijfsleven.

Betekenis van het lectoraat voor het onderwijs

We dragen bij aan innovatieve en reallife crossover-leeromgevingen in geheel Noord-Nederland van Vrije Tijd, Gezondheid en Wonen in de vorm van hubs, labs of ateliers voor zowel docenten en studenten van het mbo als het hbo in co-makership met bedrijvengroepen.
Een aantal voorbeelden zijn:

  • de innovatiewerkplaats in oprichting ‘Maatschappij van Weldadigheid’ met onderzoek naar de rol van haar museum in de sociale omgeving waar burgers en    studenten bij betrokken zijn;
  • wijkteams burgerparticipatie Healthy Lifestyle en Vrije Tijd in Midden-Drenthe;
  • onderzoek Master Leisure & Tourism management;
  • derdejaars module Leisure Networks; 
  • tweedejaars stageprogramma’s voor de AD-opleidingen L&T, Master Educatief Leiderschap, Master Healthy Ageing Professional;
  • enkele bestuurlijke netwerken zoals ZorgPact NL.

Voor ongeveer 40 collega-docenten, buddies van de kenniskringleden, hebben we in zowel Emmen, Groningen als Leeuwarden leercommunities opgericht hoe praktijkonderzoek en regulier onderwijs te koppelen. We verbinden ons in de regio Friesland met het Friesland College op samenwerking met het bedrijfsleven, participeren in het Rijnlandinstituut en geven bijvoorbeeld vorm aan educatieve trajecten in het Geopark Hondsrug. Op de locatie van 'De 4 Elementen' in Stroobos werken we aan multidisciplinaire lerende netwerken en ontwikkelen we samen met de opleidingen Zorg en Welzijn in Groningen een nieuwe manier van leren op de werkplek.

Betekenis van het lectoraat voor het werkveld

In 3 multidisciplinaire ketens van elk ongeveer 15 bedrijven geven we invulling aan innovatievraagstukken in de regio. De bedrijven zijn voorlopers in hun regio of discipline en komen uit de domeinen toerisme/leisure, zorg/welzijn, techniek, economie, hotel, cultuur en sport & bewegen. Met de Toerisme Alliantie Friesland en de academies L&T en Hotel (TAF) van NHL Stenden zetten we bijvoorbeeld een kennisnetwerk op: Toerisme Coöperaties Friesland (TCF) voor en met bedrijven uit de sector. Met enkele bedrijvenpartners hebben we enkele innovatiewerkplaatsen ‘bemenst’ rondom hubs in de provincie Groningen en Drenthe. Met het bedrijf Image Run en zorginstelling De Hoven ontwikkelen we nieuwe combinaties van virtueel en reëel bewegen voor ouderen. In deze multidisciplinaire ketens zijn telkens ook studenten uit de betreffende  opleidingen betrokken.

Globale ambities 2018 en hun realisatie

  • versterking kwaliteit en samenhang Onderzoekslijnen door pilot Peerreviewing Nieuwe Stijl: is in gang gezet en heeft geresulteerd in samenhangende onderzoeksprogramma’s;
  • schaaldifferentiatie van werken zowel vergroten als verkleinen: lokaal-regionaal-provinciaal-Noord Nederland-internationaal, de internationale schaal is niet erg uit de verf gekomen ook vanwege de stagnerende onderzoekssamenwerking met de Hochschule Osnabrück. Provinciaal is veel aandacht besteed aan de opstart in de regio Friesland en is minder aandacht besteed aan de regio Noordoost Overijssel. Drenthe ontwikkelde zich gestaag door met name binnen het mbo, op hbo-gebied speelde ons de fusie NHL en Stenden parten vanwege hun aandacht op dat moment op de interne organisatie van de nieuwe hogeschool. In Groningen hadden we te maken met veel concurrerende innovatieve netwerken en was het moeilijker dan voorheen om duurzame relaties op te bouwen met het Groninger bedrijfsleven;
  • lerende Netwerken, met name de strategische netwerken, inhoudelijk en organisatorisch frame geven: is ruimschoots gehaald en heeft geresulteerd in een toename   van onderzoeksprojecten in alle drie de regio’s en ook landelijk;
  • lectoraatsregioteam Friesland op de kaart zetten mede als toonaangevende crossover bij Vital Regions: is niet gerealiseerd, omdat NHL Stenden dit lectoraat onder het zwaartepunt ‘Service Economy’ heeft geplaatst en niet onder ‘Vital Regions’;
  • verschillende rollen van het hbo en mbo bij onderzoek in relatie tot zichtbaarheid van de identiteit van onze onderzoeksagenda: is gerealiseerd en wordt momenteel nader vormgegeven;
  • versterking participatie in grotere onderzoeksconsortia, met name op het kennisgebied Healthy Lifestyle, Leisure&Tourism en Master-trajecten: is ruimschoots gehaald.

In 2018 is met name aandacht besteed aan het inhoudelijk versterken van (onderzoek naar) het sociale aspect in de crossovers Vrije Tijd & Gezondheid & Wonen, hebben we onderzoek gedaan naar de randvoorwaarden en typeringen van innovatiewerkplaatsen voor leren & werken, zijn experimenten opgezet met lerende netwerken en is een raamwerk neergezet om dit inhoudelijk en organisatorisch vorm te geven, ook in relatie tot de convenerrollen in ons type samenwerkingsverbanden en lerende netwerken. We hebben het regioteam Groningen doorontwikkeld en een begin gemaakt met het regioteam Friesland. In verhouding is veel aandacht besteed aan het organisatorische deel van de lectoraatsopdracht. In de tweede helft van 2018 hebben we meer aandacht gegeven aan het reflecterende en adviserende deel van het lectoraat voor anderen en ook onszelf, en dat vanuit de vele bevindingen die we de voorgaande rijke periode van het lectoraat hebben opgedaan. We komen, ook doordat de drie beoogde regio’s inclusief hun context er nu goed staan en alle samenwerkingsverbanden met onze partners in een andere fase van ontwikkeling zitten, in een positie dat we zowel kunnen experimenteren, reflecteren als adviseren met betrekking tot het inrichten, uitvoeren als ook het doorgeven en overdragen van onze expertise en ervaring met publiek-private samenwerkingsverbanden en regionale kennisinnovaties.

In 2019 willen we daarom vooral meer aandacht besteden aan de uitbreiding van het reflectiedeel ten opzichte van het organisatiedeel in onze taakstelling en rollen. We kunnen daarbij heel mooi ook de bevindingen in de drie fases van doorontwikkeling bij de regio’s en hun contexten ophalen en met elkaar vergelijken. Dat betekent dat we in de regio Drenthe met name in gaan zetten op verduurzaming van de daar in 9 jaar opgedane ervaringen door een goede opbrengstbeschrijving, overdracht en advisering naar regulier onderwijs dan wel bedrijfsleven en werkveld aldaar. In de regio Groningen gaan we meer inzetten op de versterking van de lectoraatspartnerschappen van de afgelopen 3 jaar met de bedrijven en onderwijsbuddies van ons. Naast het belang van de diversiteit in en tussen de regio’s en de verschillende ontwikkelfases van de regioteams, is ook de bewezen stabiliteit van de regio-overstijgende onderzoeksprogramma’s van groot belang om een goede balans te vinden tussen het organisatorische en reflectieve deel van ons lectoraat. Sterke partnerschappen en actuele reallife innovatieprojecten met goed onderzoek zijn daarbij cruciaal en we zetten in dit jaar een tweejarig reflectieplan uit om zowel op te halen wat we het reguliere onderwijs hebben gebracht als ook om zichtbaar te krijgen wat er met die expertise wordt gedaan.

 

2.1.2 Ondernemen in verandering

In februari 2017 is het Lectoraat ‘Ondernemen in Verandering’, een samenwerking tussen de Hanzehogeschool en het Alfa-college gestart. Het lectoraat startte met een viertal aandachtsgebieden: faal- en succesfactoren voor ondernemers in het Noorden, vernieuwend ondernemerschapsonderwijs, retail-onderwijs en bedrijfsopvolging.

In 2017 heeft het lectoraat een kenniskring samengesteld, onderzoeken afgerond, trainingen verzorgd, financiering verzorgd en een inclusieve methode ontwikkeld en uitgetest. Uit dit jaar kwam naar voren dat er behoefte was aan een methode van samenwerking waarbij deelnemers uitgedaagd zouden worden.  In 2017 is ook de wens uitgesproken om te internationaliseren en een netwerk op te zetten rondom ondernemerschapseducatie.

Het plan was om in 2018 medeontwikkelaars en financiering te vinden om de methode te ontwikkelen en te testen. In samenwerking met partners is gekomen tot het aanvragen van financiering uit twee bronnen: een Interreg en een traject met branche-organisatie Inretail. Het doel was om de methode academisch te borgen en discussie te faciliteren met betrekking tot ondernemerschapsonderwijs. Het plan was om met interne en externe partners een aantal zogenaamde ‘experiences’ te organiseren. De werknaam voor het project was de Critical Friend Methode.

Het lectoraat heeft in 2018 vier onderzoeken afgerond, twee externe financieringen georganiseerd, drie promovendi begeleid, vorm gegeven aan de Critical Friend Methode, een innovatiewerkplaats mede opgericht in Assen en meegewerkt aan het opzetten van een internationaal netwerk van ondernemende scholen. De kracht van het lectoraat in 2017-2018 kwam met name goed in beeld wanneer scholen, opleidingen en externe partijen samenwerkten bij het ontwikkelen van innoverend onderwijs en innoverende onderwijsconcepten.

Vier onderzoeken

In 2018 heeft het lectoraat met de leden van de kenniskring een aantal onderzoeken afgerond en gevaloriseerd.

  • Kansen ervaren en pakken’: het versterken van het ondernemend vermogen van medewerkers en studenten door middel van het programma ‘Kiemkracht’. Kiemkracht is een ondernemerschapsmodule van de creatieve opleidingen van het Alfa-college. In 2018 vond de uitvoering plaats bij de Hanzehogeschool in Groningen. Uitkomsten hebben geleid tot doorontwikkeling van de Critical Friend Methode.
  • Het tweede onderzoek vond plaats bij het Alfa-college in Hardenberg. Hier vonden experimenten met Critical Friend Methode en Future proof Retail in samenwerking met de centrummanager en de gemeente Hardenberg plaats.
  • In opdracht van de provincie Drenthe heeft het lectoraat het ‘N31-project’ voor de provincie Drenthe afgerond. Hierbij hebben zowel studenten vanuit het mbo als het hbo gekeken naar de nieuwe ontwikkelkansen voor ondernemers langs de N31 met name op het gebied van fietsen.
  • Het vierde onderzoek ging over bedrijfsopvolging: studenten en docenten hebben in de Eemsdelta gewerkt aan een onderzoek inzake bedrijfsopvolging voor oudere ondernemers.

Financiering

Het lectoraat is in 2017 begonnen met het aanvragen met partners voor een Interreg-subsidie ten einde de ontwikkelingen te co-financieren en gezamenlijk projecten uit te voeren. Dit is uiteindelijk het project E-COOL geworden en dit gaat over het adviseren en stimuleren van de entrepreneurial mindset van jongeren.

Interreg E-COOL is een Europees project. Om ervoor te zorgen dat de Europese economie wereldwijd concurrerend blijft, moeten jonge generaties Europeanen geïnspireerd worden om hun ondernemersmentaliteit te ontwikkelen. De ontwikkeling van ondernemerschap heeft economische en sociale voordelen. Ondernemerschapsontwikkeling is niet alleen de motor voor het scheppen van banen, concurrentievermogen en groei. Het draagt ook bij aan persoonlijke ontplooiing en het bereiken van sociale doelstellingen. In dit Interregproject werkt het lectoraat samen met internationale partijen.

Ten tweede ontvangt het lectoraat financiering uit de landelijke impuls voor retail-proeftuinen waarbij 23 samenwerkende organisaties onder leiding van hoofdaanvrager De Haagse Hogeschool, van de stichting Detailhandel een subsidie van in totaal 860.000 euro toegekend heeft gekregen. Het lectoraat doet in dit verband mee met het project ‘Ontdekkingsstraten’ in Assen en Hardenberg.

Drie promovendi

Het lectoraat ‘Ondernemen in Verandering’ heeft drie promovendi. Ze promoveren bij de RUG en het lectoraat is in deze constructie co-supervisor. Vanuit het Alfa-college promoveert Christian de Kraker op het onderwerp statushouders en ondernemerschap, vanuit de Hanzehogeschool promoveert Jeroen Loef op ondernemerschapsonderwijs en Mariusz Soltanifar op ondernemend gedrag van medewerkers van kennisinstituten. De resultaten tot nog toe zijn hoopgevend en de eerste publicaties zijn in zicht.

De Critical Friend Methode

De Critical Friend Methode is een concept waarbij regie nemen centraal staat. Dit regie nemen is voor de één wellicht vrij vanzelfsprekend terwijl een ander wel wat training kan gebruiken. Het lectoraat heeft een tweetal uitwerkingen van het Critical Friend model uitvoerig getest en versterkt. Het lectoraat heeft in de afgelopen twee jaar onderzoek verricht naar ecosystemen waarin studenten, ondernemers en organisaties worden uitgenodigd een eigen regierol op zich te nemen. Onderdeel van de analyse was of de studenten, ondernemers en organisaties eigen regie konden voeren en te onderzoeken door wie zij geïnspireerd werden.

Een belangrijke geleerde les is dat de zij zelf invloed en inzicht willen krijgen in de eigen uitdagingen en mogelijkheden binnen omgevingen. Zij moeten regelmatig putten uit eigen netwerken en worden in de leeromgeving slechts matig uitgedaagd. In het huidige onderwijs wordt relatief veel aandacht besteed aan het plannen van ondernemingen (als een gegeven) en relatief weinig aan het bewust worden van het proces ernaar toe en het verstrekken van een omgeving die als proeftuin gezien kan worden.

De methode biedt een doorlopende ondernemerschapslijn vor studenten. Het is een aanvullende methode naast bestaand (ondernemend)  onderwijs. Studenten worden regisseur van een eigen leer- en onderneemtraject en experimenteren in verschillende contexten. Op een effectieve en efficiente manier werken studenten op een gestructureerde manier aan uitdagingen van het werkveld en het onderwijs. Studenten en werkveld leren om elkaar uit te dagen, uit te nodigen en te werken aan talentontwikkeling. Het informele karakter van de methode past bij de werkwijze en de uitdagingen van de huidige generatie studenten en blijkt een aantrekkelijke en plezierige methode van werken te zijn. De methode leidt tot onverwachte verrassende vondsten die een oplossing bieden voor toekomstige circulaire uitdagingen en duurzaamheid.

Innovatiewerkplaats Assen

In 2018 is het lectoraat actief geweest bij het ontwikkelen van de innovatiewerkplaats in Assen met de partners. De innovatiewerkplaats Assen heeft als focus een levendige binnenstad. De partners bestaan uit het Alfa-college, de Hanzehogeschool, het Drenthe College, de gemeente Assen, sociale partners en Assen vooruit.

Internationaal netwerk van ondernemende scholen

In opdracht van het management van de Hanzehogeschool en het Alfa-college heeft het lectoraat gewerkt aan de ontwikkeling van het internationale netwerk met ondernemende scholen. In dit kader is het lectoraat in China en Finland op bezoek geweest.

Het lectoraat is bijzonder tevreden over de integrale benadering van ondernemend onderwijs, zowel integraal tussen mbo en hbo als tussen sectoren. In 2019 zal dit integrale aspect verder uitgebouwd worden. Onderstaande figuur ‘Vijf uitgangspunten van ondernemend onderwijs’ laat de vijf uitgangspunten zien waarop de benadering gebaseerd is.  De vijf uitgangspunten komen voort uit onderzoek.

Vanuit deze vijf uitgangspunten is de methode Critical Friend ontwikkeld door het lectoraat. Deze methode is intussen op zes verschillende plaatsen uitgetest en doorontwikkeld. Op het moment wordt gekeken in hoeverre de methode commercieel ingezet kan worden. Vanuit de praktijk wordt de creatieve kracht van de methode bijzonder gewaardeerd.

2.2 RIF-projecten

2.2.1 Regionaal Co-makership

Het onderwijsconcept Regionaal Co-makership wordt uitgevoerd binnen een 8-tal deelprojecten. Deze deelprojecten zijn verdeeld over de regio’s waarin het Alfa-college actief is.

Een van de beoogde resultaten van dit RIF-programma is, dat aan het eind van de gesubsidieerde periode in september 2019, tenminste de helft van de opleidingen van het Alfa-college volgens de principes van Regionaal Co-makership worden uitgevoerd. Naar het zich laat aanzien zal dat resultaat niet in zijn totaal worden behaald, maar er is al wel bereikt dat binnen alle regio’s waar het Alfa-college actief is, diverse opleidingen volgens genoemd principe werken. De verspreiding van de deelprojecten over de regio’s, Groningen, Hoogeveen en Hardenberg heeft geleid tot een grote naamsbekendheid en deelname van een groot aantal bedrijven en instellingen.

De innovatieve opdrachten, ingebracht door de aangesloten partners, worden binnen de deelprojecten zoveel mogelijk uitgevoerd in een multidisciplinaire en multilevel setting. In bijlage 13 is een overzicht opgenomen, waarin per deelproject de in 2018 behaalde resultaten worden aangegeven. In algemene zin waren voor het gehele projectjaar 2018 de voornemens:

- het verder uitbouwen van het netwerk van partners;

- het verwerven van opdrachten die door multidisciplinaire en multilevel teams worden uitgevoerd. Enkele voorbeelden hiervan zijn:

  • het ontwikkelen van een prehistorische speeltuin voor het Hunebedcentrum in Borger;
  • het opzetten van een 'paspoort' in het systeem van Madaster voor her te gebruiken materialen t.b.v. het (ver)nieuwbouwproject Volta 2020 in Hoogeveen;
  • het ontwikkelen van lesmateriaal rondom circulariteit;
  • een eerste aanzet voor het ontwikkelen van een Man Made Bluezone binnen het recreatiegebied Strand Nijstad in Hoogeveen;
  • mede vormgeven van het LORA Netwerk in de provincie Drenthe;
  • het uitvoeren van energiescans voor bedrijven en particulieren;
  • het ontwerpen en realiseren van met de zon meedraaiende zonnepanelen;
  • het ontwikkelen en realiseren van Tiny Houses in Hoogeveen en Groningen: studenten uit Hoogeveen hebben de eerste prijs gewonnen in een landelijke competitie;
  • diverse opdrachten uitgevoerd onder regie van programmabureau Vitaal DOEN! In Hardenberg gericht op thema's als gezondheid en eenzaamheid onder ouderen.

In het onderzoeksprogramma dat is uitgevoerd onder regie van het lectoraat ‘Duurzame innovatie in de regionale kenniseconomie’, is gewerkt aan de afronding van de eerste meting, mede door het publiceren van een publieksversie over de bevindingen. Enkele bevindingen van de eerste meting zijn:

  • naargelang het programma vordert zien de mensen steeds meer wat er van hen verlangd wordt bij het werken in een innovatieve omgeving;
  • van docenten worden andere kwaliteiten en vaardigheden verlangd dan van docenten die lesgeven in reguliere onderwijstrajecten;
  • deelprojectleiders en docenten ervaren organisatorische belemmeringen die samenhangen met de manier waarop het onderwijs is georganiseerd. De culturen van onderwijs (minder flexibel, gericht op protocollen en afspraken) en die van het werkveld (flexibel, doelbewust, resultaatgericht) botsen daardoor soms. Voor werkveldpartners is het niet altijd duidelijk vanuit welke context samenwerking wordt gezocht (vooral bij multidisciplinaire projecten). Tevens is een start gemaakt met het uitvoeren van een tweede meting.

- Een belangrijk aspect van het RIF-project model Regionaal Co-makership is de verduurzaming van het onderwijsconcept. In 2018 is, in samenwerking met een externe deskundige, nadere invulling gegeven aan het verduurzamingprogramma. Dit programma wordt opgezet in samenwerking met de LONT Academie en de dienst Onderwijs en Kwaliteitszorg;

- In Hardenberg, waar 2 deelprojecten van het programma worden uitgevoerd, is vooruitgang geboekt in het opzetten van het deelproject Werkplaats Entree. Belangrijkste partner van het deelproject Werkplaats Entree in Hardenberg is Larcom. Larcom is een bedrijf met een sociale doelstelling dat voor een aantal gemeenten in Noord-Oost Overijssel de wet sociale werkvoorziening uitvoert.

Kenmerkende aspecten van het programma Regionaal Co-makership zijn het groot aantal deelnemende partners en de principes van Regionaal Co-makership waarmee binnen de deelprojecten gewerkt wordt. Het groot aantal partners heeft geleid tot een grote diversiteit in betrokkenheid en deelname. Sommige partners zijn continu betrokken en andere slechts incidenteel. 

2019 is een cruciaal jaar voor het RIF-project, model Regionaal Co-makership. De gesubsidieerde periode loopt weliswaar af, maar het programma zal door ontwikkeld worden, rekening houdend met de aspecten die opgehaald zijn door het onderzoek naar Regionaal Co-makership en het verduurzamingstraject.

2.2.2 Fieldlab PracTICe

Fieldlab PracTICe is een samenwerking tussen het Alfa-college, bedrijven uit de bouw- en installatiebranche, EPI-kenniscentrum, OTIB, Techniek Nederland, Bouwend Nederland, andere onderwijsinstellingen en overheidsorganisaties. Het doel van de samenwerking is het vernieuwen van opleidingen in de Techniek. Zo wordt gepoogd om het beroepsonderwijs beter te laten aansluiten op regionale ontwikkelingen en de vraag van het bedrijfsleven. De thema’s aardbevingsbestendig, energieneutraal en levensloopbestendig bouwen staan centraal.

Fieldlab PracTICe is begonnen in mei 2017 met een kwartiermakersfase. Daarna startte  de uitvoering met het ontwikkelen van modules op de drie genoemde thema’s. De ontwikkeling van de modules ging gepaard met bezoeken aan relevante bedrijven, vakspecifieke cursussen voor de docenten/ontwikkelaars en trainingen gericht op het schrijven en ontwikkelen van lesmateriaal.

Dit heeft geleid tot mooie resultaten in het eerste jaar van de RIF met als extra in het oog vallende activiteiten: 

  • Bouw en presentatie van het Wiki-huis op Koningsdag dat een geweldige, landelijke publiciteit heeft gekregen.  
  • Uitvoering van de modules aardbevingsbestendig bouwen voor niveau 4.  
  • Initiatieven rond de bouw van Tiny Houses. 
  • Ontwikkeling en uitvoering van BIM-modules (3D ontwerpen van gebouwen in Revit) waarin het Alfa-college landelijk koploper is.
  • Ontwikkeling van modules in het kader van energieneutraal bouwen. 
  • Realisatie van multidisciplinaire projecten in samenwerking met de Health Hub, waaraan tot juni 242 studenten hebben deelgenomen. 
  • Bezoek van 180 leerlingen van het vmbo die gedurende 4 vrijdagen kennismaakten met de techniekopleidingen van het mbo. 
  • Professionalisering van de docenten door middel van de Revit-training en de cursus Energieprestatie Advies.  
  • B2B-bijeenkomsten die een duidelijke impuls gegeven hebben aan de kennisdeling tussen onderwijs en bedrijfsleven. Daarnaast zijn nieuwe organisaties als   woningbouwverenigingen, bouwbedrijven en de gebiedscoöperatie Westerkwartier bij het programma betrokken. 

Ook kende het Fieldlab PracTICe in het eerste half jaar van 2018 diverse aanloopproblemen. De inrichting van de organisatie van de RIF vergde meer tijd dan verwacht. Ook is de uitvoering van de 'hersteloperatie' in het aardbevingsdossier lang onduidelijk gebleven. Dit had implicaties voor de betrokkenheid van bouwbedrijven waardoor het oppakken van nieuwe scholings- en ontwikkelingsactiviteiten werd vertraagd. Ook bleef de uitvoering van de activiteiten als de Rolsteiger-trainingen, de training ‘Communicatie en gedrag’, de modules ‘Bevingsbestendig bouwen voor niveau 2’ en het keuzevak voor het vmbo achter bij de planning. Voor de modules Installatietechniek gold,  met uitzondering van ‘Domotica’, hetzelfde. Ook het ‘samenwonen’  van SSPB en het Alfa-college, gericht op het delen en uitbreiden van opleidingsfaciliteiten op één locatie, is niet gerealiseerd. Dit had ook tot gevolg dat de geplande investeringen in installaties fors achter bleef bij de planning.

Het tweede jaar van Fieldlab PracTICe startte met de aanstelling van een nieuwe programmamanager. Deze heeft de voortgangsrapportage over het eerste jaar ook gebruikt voor een analyse van de knelpunten en daarop het jaarplan 2018-2019 gebaseerd. Daarbij is de kern van het oorspronkelijke businessplan gehandhaafd, maar zijn vanwege gewijzigd overheidsbeleid rondom energietransitie en het herstel van bevingsschade en vanwege de eerder gesignaleerde knelpunten een aantal aanpassingen opgenomen. Na bespreking van het plan heeft de stuurgroep het vastgesteld.

De belangrijkste aanpassingen die werden ingezet:

  • Meer inzetten op modernisering en toekomstbestendig maken van de reguliere opleidingsprogramma’s en Leven Lang Ontwikkelen dan op ontwikkeling van op zich staande beving gerelateerde onderwijsmodules. Dit betekent: meer inzetten op interdisciplinaire onderwijsprojecten, meer inzetten op aanpassing van bouw- en installatietechniekopleidingen vanwege de energietransitie en extra aandacht voor de opleidingen op niveau 2 en 3.
  • Anders invullen van het doel ‘facility sharing’ nu de samenwerking met SSPB op één locatie van de baan is. In dit verband wordt ook gezocht naar een manier om tegemoet te komen aan de gegroeide vraag naar oefenruimtes en -installaties als gevolg van de stijgende studentenaantallen. Het Alfa-college ontwikkelt daarom een nieuw huisvestings- en investeringsplan voor de inrichting van de oefenruimtes.  
  • Bedrijven een grotere rol geven bij de ontwikkeling en uitvoering van onderwijsmodules en projecten. 
  • Aanpassing van de organisatie en aansturing van het programma van de RIF door het uitvoeren van de governance conform het oorspronkelijke Businessplan met periodieke bijeenkomsten van de Stuurgroep en Raad van advies, aangevuld met frequente overleggen van het LMT met de programmamanager over de plan-uitvoering. 
  • Het verbeteren van het projectbeheer door het maken van een toetsbare planning en door stroomlijning van administratieve processen. 

Resultaten tweede jaar van Fieldlab Practice 

Terugblikkend op de periode mei tot en met eind 2018 zijn de volgende resultaten gemeld aan de stuurgroep:

Deelnemersaantallen

In onderstaande tabel zijn de deelnemersaantallen geordend naar de verschillende activiteiten die in het kader van Fieldlab PracTICe zijn uitgevoerd.  Daarbij valt op dat de realisatie hoger is dan de planning en dat de aantallen, conform de overall-doelstelling van de RIF om voor 1700 studenten de kennis en vaardigheden te verbeteren, bijna gehaald zijn.

Deelnemersaantallen in de periode mei 2018 t/m januari 2019

Deelnemersaantallen in de periode mei 2018 t/m januari 2019
onderdeel aantal gepland aantal gerealiseerd
Bevingsbestendig bouwen 705 651
Energieneutraal en Levensloop 243 362
Doorlopende leerlijn 225 275
Professionalisering 48 7
Community 320 350
Totaal 1541 1645

Toelichting op de resultaten

De kwantitatieve resultaten laten een positief beeld zien. Dit komt mede doordat bij de bouwopleidingen de aandacht is verschoven van ontwikkeling van losse modules naar modernisering van de gehele bouwkunde opleiding, waarbij de bouwbedrijven een actievere rol spelen dan eerder het geval was. Het aantal bedrijven dat betrokken is bij Fieldlab Practice is met ongeveer 10 bedrijven uitgebreid.

In het afgelopen jaar is ook het eerste interdisciplinaire project van Bouwkunde en de nieuwe opleiding Technicus engineering installatie en elektrotechniek uitgevoerd. De ervaringen vormen de input voor een nieuw project in het volgende jaar.

BIM (Building information modelling) krijgt in beide opleidingen veel aandacht. Deelgenomen wordt door enkele studenten Bouwkunde aan de nationale wedstrijd ‘Circulair bouwen’.  Ook staan hoog gewaardeerde cursussen ‘Communicatie’ en ‘Gedrag’ op het programma en volgen de studenten van de opleidingen op niveau 2 en 3 de rolsteigertrainingen.

Bij de vernieuwing van de opleidingen die gerelateerd zijn aan de energietransitie en het levensloopbestendig bouwen zien we de afgelopen maanden grote vooruitgang. Doordat met hulp van het bedrijfsleven nieuwe docenten installatie- en elektrotechniek zijn geworven, kon capaciteit worden vrijgemaakt voor de ontwikkeling van opleidingen en voor interdisciplinaire projecten (samenwerking Zorg en Techniek), Domotica en BIM. Nieuw is het initiatief dat genomen is om aandacht te besteden aan de productie en het gebruik van waterstof in het kader van de energietransitie.

Ten aanzien van de doorlopende leerlijn is de relatie vmbo-mbo versterkt door bezoeken van vmbo-leerlingen aan de techniekopleidingen van Alfa-college, is een keuzevak ‘Bevingsbestendig bouwen’ voor het vmbo gelanceerd en zijn diverse trajecten in het vo gekoppeld aan vergroting van kennis van leerlingen en hun docenten op het terrein van bevingsbestendig bouwen. De relatie met de Hanzehogeschool is versterkt door de gezamenlijke ontwikkeling en uitvoering van een keuzedeel ‘Doorstroom naar hbo’. Daarentegen is de samenwerking met het hbo op andere thema’s (Tiny Houses) op een lager pitje komen te staan.

De professionalisering van de docenten is tot nu toe achtergebleven bij de planning, maar zal met een cursus BIM in het tweede kwartaal worden verbeterd. Daarnaast is veel aandacht besteed aan het informele leerproces van de docenten betrokken bij het interdisciplinaire project.

De ontwikkeling van de community heeft in deze periode een enorme boost gekregen. Dit kwam tot uiting in groeiende deelnemersaantallen aan de B2B bijeenkomsten, maar ook in het grote aantal (meer dan 100) bedrijven dat de bijeenkomst ‘Nieuwe vrienden’ heeft bezocht. Tijdens deze door het Alfa-college, het EPI-kenniscentrum en OTIB georganiseerde miniconferentie en theatervoorstelling kwam naar voren dat onderwijs en bedrijfsleven elkaar steeds beter weten te vinden. Een van de deelnemers noemde dat ‘we gaan van naar elkaar wijzen naar wenken’.

De activiteiten op het terrein van facility sharing en het investeren in nieuwe installaties in het kader van bevingbestendig bouwen en de energietransitie zijn in 2018 deels van de grond gekomen. Daarbij wijzen we op het warmtepompenlokaal, de voorbereiding van een BIM-lokaal en de beschikbaarstelling van grote aantallen licenties voor diverse softwareprogramma’s door diverse leveranciers. Echter door vertraging van de geplande verbouwing kon nog niet worden overgegaan tot de aanschaf van diverse installaties.

Natuurlijk zijn we er nog niet en zijn er nog tal van verbeteringen mogelijk in de samenwerking tussen de opleidingen en de bedrijven en op het gebied van nieuwe installaties, maar het beeld van de stappen die in de RIF  het afgelopen jaar zijn gezet is duidelijk positief.

Hoe verder?

De voornemens voor 2019 hebben vooral betrekking op het verbeteren van de ingeslagen route. Dit betekent aandacht voor de opleidingsvernieuwing en verdere ontwikkeling van de samenwerking met de bedrijven. De energietransitie speelt in de opleidingen een steeds belangrijkere rol. In samenwerking met Shell en de gemeente Groningen wordt hiervoor op dit moment een plan opgesteld. Ook in het kader van het Nationaal programma Groningen zullen nieuwe activiteiten worden uitgevoerd. Daarbij wordt de focus ook gericht op de aanschaf van state-of-the-art oefeninstallaties die nodig zijn om de studenten voor te bereiden op hun toekomst. Het accent zal daarbij liggen op automation technology, electrical power engineering, warmtepompen, warmtenetten, waterstof en isolatie van gebouwen.

2.2.3 RTC2020

De bedrijven in de sectoren bouw, installatie-procestechniek en mechanische techniek in de regio Noordoost Overijssel hebben zich met elkaar verbonden in het Regionaal Techniek Centrum (RTC), waar het Alfa- college het onderwijs verzorgt. Om hun regiovisie en ambities te realiseren willen de partners de publiek-private samenwerking  versterken en het RTC inrichten voor een duurzame toekomst en hebben in 2014 een aanvraag ingediend vanuit het Regionaal investeringsfonds (RIF): RTC2020. Met dit plan werd een antwoord gegeven op de volgende vraag van de arbeidsmarkt in de regio Noordoost Overijssel: hoe binden we mensen aan de regio en hoe blijven we ze op langere termijn boeien voor technische beroepen?

Het antwoord hierop werd gezocht in het enerzijds aanbieden van relevante, uitdagende en innovatieve technische opleidingen in de regio zodat jongeren niet wegtrekken na het vmbo om elders een technische opleiding te volgen en anderzijds in het versterken van de infrastructuur voor de toekomst zodat zittende werknemers uitgedaagd worden om zich blijvend te ontwikkelen.

Start project RTC 2020

De uitdaging waar de bedrijven in het RTC 4 jaar geleden voor stonden was in hoeverre we nieuw technisch personeel kunnen werven en deze blijvend aan de regio kunnen binden. Het RTC kwam bij de start van het project uit een moeilijke economische periode. Mede door de middelen die vanuit RTC2020 beschikbaar kwamen, konden er nieuwe ontwikkelingen in gang worden gezet en activiteiten worden ontplooid. Hierdoor voelde het RTC zich gesterkt om de noodzakelijke vervolgstappen te zetten richting een duurzame toekomst. Het RIF-project RTC 2020 is gestart in oktober 2014 en afgerond in september 2018.

Deze publiek-private samenwerking kende de volgende speerpunten:

  • de instroom van leerlingen verhogen; 
  • het innovatief vermogen van bedrijven in de regio versterken;
  • onderwijsprogramma’s zodanig vernieuwen dat deze goed aansluiten bij de vraag vanuit de regionale bedrijven.

Afronding

Bij afronding van het project blijkt dat de verworvenheden grotendeels binnen het reguliere werk geïntegreerd zijn en blijvend uitgevoerd kunnen worden. Om dit te bestendigen is er in het laatste projectjaar expliciete aandacht geweest voor verduurzaming. Daarnaast geeft de aantrekkende economie het RTC de financiële ruimte om de in het plan van aanpak genoemde activiteiten (en de aanpassingen daarop) te blijven uitvoeren (bijvoorbeeld de technieklessen voor de vmbo-leerlingen, de lesmodule ‘luchtdicht bouwen). 

Door RTC2020 is de samenwerking tussen het vmbo, het RTC (en daarmee de bedrijven) en het mbo sterk verstevigd. Men vertrouwt elkaar en staat samen voor de gemeenschappelijke doelstellingen.

Zoals een instructeur van het RTC aangaf, heeft het project de afgelopen vier jaar veel gebracht voor het RTC: meer bedrijven, meer studenten, meer stages, meer voorlichting, meer actuele machines, meer naamsbekendheid en verbreding van de regio. Zonder  het project zou de organisatie niet staan waar ze nu staat, aldus deze medewerker.

Naast de inhoudelijke ontwikkeling is er in de afgelopen projectjaren ook gewerkt aan de verbetering van het RTC-gebouw, zowel aan de binnenkant als de buitenkant. Deze verbeteringen zijn vrijwel volledig afgerond. Het gebouw heeft hierdoor een professionelere uitstraling gekregen, passend bij wat het RTC wil uitdragen: eigentijds, innovatief technisch onderwijs.

Vooruitblik

Bij afloop van het project staat de organisatie voor de opgave de verworvenheden van het project RTC2020 te verduurzamen. Deze verduurzaming krijgt op diverse manieren vorm: het opnemen van de afgeronde innovaties in lopende onderwijsprogramma’s, het continueren van processen die zijn opgestart in de afgelopen jaren, waaronder de samenwerking met allerlei partijen in de regio die bezig zijn met techniekontwikkeling en afstemming van de onderwijsinhoud met en het ophalen van scholingsbehoeften uit het bedrijfsleven.

De ontwikkelingsactiviteiten krijgen een vervolg in een nieuwe aanvraag bij het Regionaal Investeringsfonds mbo: Skills4Future. Dit zal gebeuren in het grotere verband van de Dutch Techzone, een initiatief om te werken aan excellent, wendbaar vakmanschap. Het betreft een regionaal initiatief dat de gemeenten Coevorden, Emmen, Hoogeveen en Hardenberg omvat. Het RTC is één van de partners in het nieuwe project samen met een aantal grote bedrijven uit deze regio, als ook de aanwezige mbo’s, de diverse vmbo-scholen en de vier genoemde gemeenten vanuit twee provincies. De na te streven doelen in deze aanvraag zijn: het vernieuwen van vorm, inhoud en organisatie van het mbo-onderwijs, waaronder ook de professionalisering van docenten en instructeurs,  het versterken van kennisdeling en innovatie en het stimuleren van de instroom van leerlingen in de techniek. Deze laatste doelstelling zorgt er onder andere voor dat elke leerling vanuit het basisonderwijs in aanraking komt met techniek en hiermee kan experimenteren en ervaring opdoen.

De regio Noordoost Overijssel is aangemerkt als TiB-regio (TopTechniek in Bedrijf). Dit project heeft als doel de instroom in de techniek te vergroten, een doorlopende leerlijn vmbo-mbo te creëren en samenwerking in de regio te bevorderen en versterken.

Conclusie

Er is een constructieve samenwerking op alle niveaus binnen het RTC en de betrokken partners gerealiseerd. Er is een toenemend bewustzijn dat de techniek mooi en uitdagend onderwijs biedt met kansrijke baanperspectieven. De samenwerking, tussen RTC, vmbo, mbo met de betrokkenheid van de verschillende deelbesturen van het RTC, zorgen voor vertrouwen dat de ingezette koers de komende jaren zal leiden tot krachtig innovatief techniekonderwijs in en voor onze regio.

2.3 Rijnland Instituut

Het Rijnland Instituut is een samenwerkingsverband tussen NHL Stenden, het Alfa-college en het Drenthe College. Sinds september 2018 is de Hanzehogeschool als full member aangesloten. Het is een netwerk waarin kennis wordt ontwikkeld, gedeeld en toegepast door en voor het regionale beroepsonderwijs (hbo en mbo) en met partners in de beroepenvelden op het gebied van de Duits-Nederlandse internationalisering.

Centraal staat de vraag hoe er een grensoverschrijdend antwoord geformuleerd kan worden omtrent bevolkingssamenstelling en ontwikkeling (ontgroening en vergrijzing) en de daaruit voortvloeiende vraagstukken op het gebied van onderwijs- en arbeidsmarkt aan beide kanten van de grens. De nadruk hierbij ligt op de rol die de kennisinstellingen aan beide kanten van de grens kunnen spelen. De Human Capital agenda is hierbij het onderliggende motief. Het Rijnland Instituut is hiermee het kennisinstituut voor Duits-Nederlandse betrekkingen voor de drie noordelijke provincies (startend vanuit de Provincie Drenthe), waar iedereen terecht kan met vragen, suggesties of onderzoeksideeën op het gebied van grensoverschrijdende scholing. Er is sprake van een agenda voor taalverwerving en cultuur, een agenda voor vrijetijdseconomie en een agenda voor ondernemerschap, opleiding en arbeidsmarkt.

Het 5e symposium ‘Digitalisering in de gezondheidszorg, productie en techniek, en ondernemerschap’ in november 2018 is voor het eerst bij onze Duitse partners Hochschule Osnabrück/Campus Lingen gehouden. Het toonde een staalkaart van projecten en onderzoek waarin onderwijs en werkveld aan beide kanten van de grens nauw samen opgetrokken zijn. Doordat er meerdere partijen aan deelnamen, kan het symposium ook als een grensoverschrijdende themabeurs gezien worden waarbij vele partijen een kans hadden om hun werk te presenteren en contacten te leggen. Er werd gekeken naar de belangrijkste grensoverschrijdende overeenkomsten en verschillen in deze multidisciplinaire thematiek en er zal komend jaar een position paper naar aanleiding van dit symposium verschijnen, waaruit zowel de behoeftes als ook de kansen die beide zijden kennen, zullen blijken. 

Het Rijnland Instituut (vanuit het Alfa-college) vertegenwoordigt als expert ‘vrijetijdseconomie’ de gemeente Emmen binnen het RELOS 3-project. Het is een gezamenlijk Europees project met samenwerking van SNN en ESF.

Elk jaar wordt in de samenwerking tussen het Alfa-college in Hoogeveen (de Businessschool) en de Berufsbildende Schule Lingen de module ‘International Trade’ aangeboden. In deze module worden Nederlandse Business-studenten in het Duits voorbereid op de mogelijkheden die de Duitse markt hen kan bieden. In 2018 hebben meer dan 80 studenten deze module gevolgd. De studenten ontwikkelen hierdoor internationale competenties van belang voor het toekomstige beroep.

Inmiddels is ons project PraktiTrans 2.0 toegekend (verlenging van PraktiTrans 1.0) en hebben 1722 studenten en docenten aan dit project deelgenomen. Dit project stimuleert grensoverschrijdend samenwerken tussen onderwijs en bedrijven door middel van projectdagen en informatiebijeenkomsten. Aan de Duitse zijde van de grens is er sprake van warm contact met Hochschule Osnabrück (Standort Lingen) en BBS Lingen. Doordat ook partners vanuit Duitse zijde zich meer en meer geïnteresseerd tonen in een samenwerking met het Rijnland Instituut blijkt ook de grensoverschrijdende partnerschapsstructuur versterkt te worden en is er sprake van een doorontwikkeling en verdieping van bestaande grensoverschrijdende samenwerkingsprojecten.

Het Alfa-college heeft op het  terrein van onderwijsinnovatie (Goethe-certificaten als 1e mbo in Nederland), taal en cultuurprogramma’s en stage- en studiemogelijkheden in de afgelopen jaren in het Rijnland Instituut grote stappen vooruit gezet. Meer dan 100 studenten vanuit de economische opleidingen, vanuit de zorg- en welzijnsopleidingen en vanuit de technische opleidingen hebben inmiddels het certificaat in ontvangst genomen. 

In mei en oktober 2018 is de expert- en adviesgroep van het Rijnland Instituut bij elkaar gekomen. Deze groep komt twee maal per jaar officieel bijeen en maakt deel uit van het netwerk als samenwerkingspartner. Om de Duitse zijde meer te vertegenwoordigen wordt binnen de expertgroep vanaf oktober 2018 afgewisseld tussen een Duits en een Nederlands voorzitterschap.

De komende jaren richten we ons op de vraagstelling of het mogelijk is de burgers in de regio te verbinden. We zijn op zoek naar en geven vorm aan de creatie van een burger die grensoverschrijdend denkt en handelt en die zich nieuwe ideeën als Europees burger eigen maakt. Is het mogelijk de grens, die vaak vooral in de hoofden van mensen zit, te slechten en de barrières in de economische en culture ontwikkeling weg te nemen? Het Rijnland Instituut is in die zin een testcase voor Europa. Als deze pilot tussen Noord-Nederland en Nedersaksen slaagt, dan is het ook mogelijk elders zulke Europese regio’s te realiseren.

De inspanningen die in het onderwijs plaatsvinden op het gebied van grensoverschrijdend onderwijs, missen slagkracht wanneer deze niet aansluiten bij de grensoverschrijdende sociaal-economische thema’s en gedragen worden door de lokale en regionale bestuurders, politici en ondernemers. Het Rijnland Instituut ontwikkelt daarom voor hen een leergang Duits–Nederlandse betrekkingen. De leergang in 2018 bestaat uit zes bijeenkomsten voor groepen van maximaal twaalf personen van beide kanten van de grens. De (dag)bijeenkomsten zijn thematisch en worden door thema-experts verzorgd op locaties binnen het gebied van de Eems-Dollard Regio, evenredig verdeeld over Duitsland en Nederland. 

 

2.4 Innovatieplannen van teams

Ook in 2018 zijn middelen beschikbaar gesteld voor relatief ‘kleine’ innovatieplannen voor teams. De middelen zijn toegekend aan plannen die de kernwaarden Verbinden, Vertrouwen en Ondernemen en/of onze strategische speerpunten Healthy Ageing, Energie en Ondernemerschap aantoonbaar versterken. Voor alle plannen geldt dat er een ‘cross-over’ element in moet zitten: nieuwe inhoudelijke samenwerkingsrelaties tussen opleidingen en/of diensten, met het beroepenveld of met andere kennisinstellingen als het vmbo of het hbo. Door de beperkte omvang van het innovatieplan blijft de uitvoering dicht bij het team en voelt het team zich ook eigenaar van het plan. 

Ambitie voor 2018

De ambitie voor 2018 voor de verdere ontwikkeling van de  innovatieplannen voor onderwijsteams is als volgt omschreven:

  • Kennisdelingsbijeenkomsten faciliteren voor deelnemers aan de innovatieplannen.
  • Verbeteren van de procedure voor het indienen en selecteren van nieuwe innovatieplannen voor 2018-2019.
  • Verduurzamen van de opbrengsten van de innovatieplannen.

Wat hebben we gerealiseerd in 2018

Kennisdelingsbijeenkomsten

Het leren van innovaties is meer centraal komen te staan. Dit geldt op twee niveaus: leren hoe onderwijsvernieuwing samen met de omgeving gerealiseerd wordt en hoe we samen leren van innovaties. Dit doen we door het centraal organiseren van (twee) kennisdelingsbijeenkomsten voor alle betrokkenen bij de innovaties. Hierbij gebruiken we de ‘dakpanmethode’; nieuw leert van oud en oud adviseert nieuw, en leert ook weer van nieuwe plannen, aanpakken en ervaringen. Na elke bijeenkomst wordt een korte enquête afgenomen. Kennisdelen op deze manier is nieuw in het Alfa-college en we willen leren hoe we dit zo kunnen inrichten en vormgeven dat we blijven aansluiten bij wat teams nuttig en plezierig vinden. In juni 2018 vond de eerste sessie plaats met 16 ‘nieuwe’ en ‘oude’ projectleiders en in december is er een bijeenkomst geweest waar de projectleiders van de projectplannen in uitvoering bijeen waren. Er werden tijdens deze bijeenkomsten veel ervaringen uitgewisseld. Ook zijn er contacten gelegd tussen de verschillende projectleiders, zodat ze ook buiten de bijeenkomsten om kennis en ervaringen met elkaar kunnen delen.

Verbeteren van de procedure voor het indienen en selecteren van innovatieplannen voor 2018-2019.

Een belangrijke wijziging die is doorgevoerd, is dat er inspiratiebijeenkomsten zijn georganiseerd naast de al bestaande voorlichtingsbijeenkomsten over de procedure en het projectplan als voorbereiding op het indienen ervan. Om een plan in te kunnen dienen is deelname aan deze bijeenkomsten verplicht gesteld. Tijdens deze bijeenkomsten worden innovatie-ideeën gedeeld en wordt onderling gereflecteerd op deze ideeën.
De selectiecommissie bestond uit een docent, een opleidingsmanager, een medewerker vanuit het lectoraat, de regisseur Excellentie, een HRM-adviseur en een regisseur P&C. Door deze brede samenstelling is de verbinding met andere innovatie-activiteiten in het Alfa-college geborgd.
Voor 2018-2019 zijn 12 innovatieplannen geselecteerd en door het College van Bestuur financieel ondersteund. Een overzicht is te vinden in bijlage 14.

Verduurzamen van opbrengsten uit innovatieplannen

Dit onderdeel is tot nu toe nog onderbelicht gebleven. Het is wel een van de thema’s die in het projectplan moet worden beschreven, maar er is niet direct op gestuurd. Wel is een bescheiden begin gemaakt met het doen van onderzoek naar de effecten van de innovaties in het onderwijs en op leren. In het najaar van 2018 is een innovatiecoach benoemd, die de teams gaat ondersteunen bij de verduurzaming van hun innovaties.

Onderzoek naar de effectiviteit van het werken met innovatieplannen voor onderwijsteams

In 2018 is door een multidisciplinaire onderzoeksgroep van medewerkers uit het onderwijs, P&C, O&K en HRM in opdracht van het College van Bestuur onderzocht wat stimulerende en mogelijk remmende factoren voor teams zijn om te werken aan innovaties samen met andere opleidingen en met de omgeving. Op de ROC-dag in oktober 2018 zijn de opbrengsten van dit praktijkonderzoek gepresenteerd in het kader van leren en kennisdelen ('Leren van Innoveren', onderzoeksrapport 2018).

Aanbevelingen uit dit onderzoek zijn:

  • Een innovatiebudget moet je ten allen tijde kunnen aanvragen, je moet vrijheid hebben voor de periode en tijd waarop je het project uitvoert en gooi het aanvraagformulier voor het innovatiebudget de deur uit. Zet in plaats daarvan een innovatiescout in binnen het Alfacollege, die binnen de locaties innovatieve ideeën zoekt en helpt deze van de grond te krijgen, bijvoorbeeld met hulp van de ondersteunende diensten.
  • Stimuleer de innovatieve cultuur waarin geleerd kan worden van fouten en waar medewerkers gestimuleerd worden om elke dag de buitenwereld op te zoeken.
  • Geef gepassioneerde medewerkers met goede ideeën de ruimte, tijd, geld, aandacht en waardering die zij nodig hebben en ze gaan bloeien en daarmee het onderwijs voor onze studenten ook.

2.5 Overige onderwijsontwikkelingen in en met de regio

2.5.1 Regio Groningen

Admiraal de Ruyterlaan

Omgekeerd ontwerpen: opleiding Technicus engineering Installatie- en elektrotechniek

Een nieuwe opleiding ontwikkelen op het snijvlak van techniek, ICT en duurzaamheid: dát was het idee waarmee acht Noord-Nederlandse partijen, waaronder het Alfa-college, de Rijksuniversiteit Groningen, OTIB en diverse bedrijven uit de installatiebranche in 2017 bij elkaar kwamen. Door met elkaar om tafel te gaan, erkenden deze partijen de noodzaak om als onderwijs, bedrijfsleven en overheden intensief samen te werken om toekomstbestendige opleidingen en duurzaam vakmanschap te realiseren.

In de ontwikkeling van de opleiding lag de focus op drie belangrijke pijlers: digitale vaardigheden, ‘social skills’ en technische kennis. Daarnaast is er veel aandacht voor het probleemoplossend vermogen en zelfstandig werken, vaardigheden (21st Century Skills) die de studenten nodig hebben in hun toekomstige werkveld.

Uiteindelijk heeft dit alles geleid tot de bijzondere nieuwe opleiding: Technicus Engineering Installatie- en Elektrotechniek. Uniek aan deze opleiding is dat regionale bedrijven meebepaald hebben hoe de inhoud van de opleiding eruitziet. Wat vinden zij belangrijk dat onze studenten leren? De wereld van techniek is altijd in beweging, de opleiding groeit mee met wat er in de praktijk nodig is. Dat noemen we ‘omgekeerd ontwerpen’. Werd er voorheen eerst gekeken aan welke wettelijke kwalificaties studenten moesten voldoen, nu is er eerst aan bedrijven gevraagd wat studenten zouden moeten leren. Op deze manier kan er beter ingespeeld worden op nieuwe ontwikkelingen en wordt er meer aandacht besteed aan wat het bedrijfsleven belangrijk vindt en nodig heeft. Bovendien leren studenten kennis en vaardigheden die beter toepasbaar zijn in de praktijk. Sinds de start in september 2017 is de opleiding Technicus Engineering Installatie- en Elektrotechniek flink gegroeid: van 27 studenten is het eerste jaar naar 42 studenten in 2018.

Praktijklokaal warmtepompen

De installatiebranche en de overheid hebben in de 'Green Deal Warmtepompen' met elkaar afgesproken de komende vijf jaar 6.000 monteurs op te leiden die warmtepompen gaan plaatsen en onderhouden. Dit is een grote stap op weg naar grootschalige duurzame warmtetechniek en een lagere CO2-uitstoot in de gebouwde omgeving. Als resultaat van deze deal opende minister Eric Wiebes op 4 september aan de locatie aan de Admiraal de Ruyterlaan het eerste praktijklokaal voor warmtepomptechniek in Nederland. Dit opleidingscentrum is mogelijk gemaakt door UNETO-VNI en IW Nederland. In dit lokaal kunnen per jaar ongeveer 50 studenten van onze installatie- en engineering-opleidingen gebruikmaken van de nieuwste technieken op het gebied van warmtepompen.

Winnaar Light Challenge 2018

Studenten  Productonderzoeker/Human Technology en Engineering hebben de vierde editie van de innovatiewedstrijd Light Challenge gewonnen. Dit is een ontwerpwedstrijd voor studenten om duurzame oplossingen te vinden voor lichtvraagstukken die bijdragen aan de leefbaarheid en sociale veiligheid. Opdracht dit jaar was om met een lichtconcept de duisternis een hoofdrol te geven, daarbij rekening houdend met zaken als duurzaamheid en circulariteit. De studenten van het Alfa-college hebben voor de Friese havenstad Harlingen ‘De wereldreiziger’ ontworpen, een landmark dat de geschiedenis van Harlingen verbindt met het op een duurzame manier spelen met licht. De stalen poot waarop een halve bol is bevestigd maakt gebruik van licht door het te reflecteren (in de vorm van sterrenbeelden) en te absorberen. Aan de buitenkant van de halve bol is een landkaart gemaakt waarin de vaarroutes naar Harlingen zijn gegraveerd.

Girls on Tech tour

Meiden van technische opleidingen van het Alfa-college in Groningen maakten op 29 mei een bustour door de provincies Groningen en Drenthe. Onderweg gingen ze op bedrijfsbezoek, bekeken ze een sporthal, een energie-neutrale school en deden ze mee aan een training. Het doel van deze Girls on Tech Tour was deze jongedames in gesprek te laten gaan met vrouwen in een technisch beroep, ze advies te geven hoe ze weerbaarder kunnen worden en om ze in de watten te leggen. Deze tour is weer een mooi voorbeeld van de bredere investering om meisjes te interesseren voor een beroep in de techniek. 

De bank voor iedereen

Studenten van de opleiding Ontwerpend Meubel Maken hebben voor het platform Urban Gro Lab ‘De Bank voor iedereen’ gemaakt, een 2,5 meter lang houten zitmeubel. Het ontwerp moest modulair, flexibel, comfortabel en speels zijn. Doel van de bank was te testen of er in de stad Groningen behoefte is aan meer zitplekken, door de bank zeven weken lang op verschillende plekken in de stad neer te zetten. De bank kreeg een bijzonder slimmigheidje: twee sensoren aan de uiteinden van de bank die elke dertig seconden het gebruik van de bank analyseren. Met het project werd gezorgd voor een tijdelijke oplossing voor het gebrek aan publieke zitplekken, terwijl tegelijkertijd onderzoek kon worden gedaan naar het gebruik van de zitplekken.

Uniek werk- en leertraject inburgeraars

Tot nu toe is de norm dat inburgeraars in Nederland hun nieuwe tweede taal leren en de Nederlandse cultuur leren kennen binnen de setting van een klaslokaal. Daar brengen de gemeente Groningen, het Alfa-college, Noorderpoort en WerkPro sinds enige tijd verandering in. Samen bieden zij een traject aan waarbij inburgeraars halve dagen naar school gaan en halve dagen werken in de kringloopwinkel Goud Goed in Groningen. Niet meer woordjes stampen en een nieuwe cultuur leren kennen binnen de schoolmuren, maar ervaren en leren in de praktijk. Op 3 maart 2017 zette het Alfa-college, samen met de vier andere partijen, de handtekening onder het samenwerkingsconvenant en in 2018 ging het project daadwerkelijk van start. Inmiddels zetten 30 voornamelijk jonge inburgeraars onder de 27 jaar hun beste beentje voor. Ook analfabeten, waarvan werd verwacht dat het hen niet zou lukken hun inburgeringstraject binnen de vastgestelde termijn van drie jaar af te ronden, hebben veel baat bij de koppeling met de praktijk om de Nederlandse taal te leren.

Schakeljaar beroepsonderwijs

Vluchtelingen die vanaf september instromen in het schakel- of voorbereidend jaar worden met extra lessen nog beter voorbereid. In een pilot bekostigd door het UAF (organisatie die vluchtelingen begeleidt bij hun studie in het mbo en hbo) onderzoekt het Alfa-college of instromers door middel van extra lessen beter voorbereid worden op het schakeljaar voor een vervolgopleiding. De groep van 45 vluchtelingen krijgt naast het gewone inburgeringtraject extra vaardigheden, zoals rekenen en Engels, en een betere voorbereiding op de examens van het schakeljaar aangeboden. Op die manier zijn ze beter voorbereid op het vervolgonderwijs en kunnen ze versneld instromen.

Project instroomportaal

Leren door te werken: in 2018 startte het pilotproject ‘Instroomportaal’, waar vijftien jonge statushouders de kans krijgen om lessen te volgen in combinatie met werk. Een paar dagen per week gaat de groep naar IederZ, een centrum voor maatschappelijk werk en krijgen de jongeren de kans om de Nederlandse taal en cultuur te leren.

Boumaboulevard

Samenwerkingsverband onbegrensd leren ‘Hack a talent’

Op de locatie aan de Boumaboulevard hebben docenten van het samenwerkingsverband 'Onbegrensd Leren' met elkaar kennis gemaakt. Onbegrensd Leren, ook bekend onder de naam ‘Hack a talent’, is een samenwerking tussen het Alfa-college, Noorderpoort, de Hanzehogeschool en de CSG Wessel Gansfort waarbij er gekeken wordt hoe talenten van studenten ontdekt kunnen worden. In juni werkten studenten en leerlingen vier dagen lang samen aan het bedenken van vernieuwende antwoorden op concrete vraagstukken uit de praktijk. De opdrachten liepen uiteen van het toerisme in Groningen op de kaart zetten, een radiozender voor de wijk Vinkhuizen beginnen tot het behoud van een skatebaan. Deze samenwerking laat zien dat wanneer de grenzen tussen leeftijd, opleidingsniveau, lesprogramma's en kaders wegvallen en er een beroep op creativiteit wordt gedaan, er mooie dingen kunnen ontstaan. Het uiteindelijke doel is dat 'Onbegrensd Leren' als vak op scholen gegeven gaat worden.

Cambridge Engels

Onder de vlag van excellentie volgt een groep studenten van de niveau 3 en 4 opleidingen naast hun reguliere programma gedurende een half jaar een cursus Cambridge Engels, uitgevoerd door het British Council, dat toeleidt naar het officiële examen. In 2018 hebben voor het eerst twaalf studenten van het Alfa-college in Groningen het officiële certificaat Cambridge Engels gehaald. In het schooljaar 2018-2019 doen 25 studenten mee. Het Cambridge-certificaat wordt wereldwijd erkend bij hogescholen, universiteiten en internationale bedrijven. Naast de populariteit bij studenten hebben we een award gewonnen als beste preparation centre van heel Nederland.

Werkplaatsleren

Tien derdejaars studenten hebben deelgenomen aan het excellentieproject ‘Werkplaatsleren’. In tien bijeenkomsten hebben excellente studenten van de creatieve opleidingen interieur, gaming, hout en meubel, multimedia en mode zich beziggehouden met het doen van onderzoek en het ontwikkelen van een nieuw product. Maar ook met de vraag welke kennis van professionals je nodig hebt om hierin verder te komen. De studenten gingen in de leer bij ontwerpers, een beeldhouwer, filmmaker, leerbewerker en/of fotograaf uit de regio. Zo leerden ze onder andere om over de grenzen van hun eigen opleiding te kijken en ‘out of the box’ te denken. Op school werden bevindingen gepresenteerd, ideeën bedacht en uitgewerkt en cross-overs tussen opleidingen gemaakt. Ook docenten van verschillende opleidingen werden aan het project verbonden.

Google-bus

De veranderingen in de ICT-wereld gaan ontzettend snel. Om onze ICT-studenten voor te bereiden op de arbeidsmarkt kregen zij, als onderdeel van de samenwerking met Google, IBM en Digital City, eind 2018 van Google workshops over marketing en social media.

Ondernemersacademie Groningen

De Ondernemersacademie Groningen is een samenwerkingsverband tussen drie ROC’s in het Noorden: het Noorderpoort, het Alfa-college en het ROC Menso Alting. De Ondernemersacademie Groningen wil het ondernemerschap binnen het mbo-onderwijs stimuleren. Tijdens een 9 maanden durend traject worden deelnemers klaargestoomd en ondersteund bij de opzet van hun eigen bedrijf.

Young Talents

‘Young Talents’ is een samenwerkingsproject van creatieve- en handelsstudenten uit Groningen (Meubel & Interieur en Marketing & Communicatie), Helsinki en Barcelona. Het project is gestart door Mercuria Business College uit het Finse Vantaa; deze school heeft hiervoor een Erasmus-subsidie aangevraagd. Het afgelopen jaar hebben ruim veertig studenten van het Alfa-college samen met Finse en Spaanse studiegenoten gewerkt aan het ontwerpen, maken en verkopen van een product. Zo hebben zij niet alleen ervaren hoe er over de grens gewerkt wordt, maar door de samenwerking tussen studenten van verschillende opleidingen leren ze ook van elkaar. 'Young Talents' bestaat uit twee groepen, waarvan de tweede groep in juni 2018 gestart is in Barcelona. Elke groep heeft drie projectweken, verdeeld over de drie deelnemende steden, en in de groepen zitten van elk land vier handelsstudenten en vier creatieve studenten. Zij worden begeleid door docenten Meubel & Interieur en Medewerker Marketing & Communicatie. In Groningen gaan de studenten onder andere op bezoek bij ondernemers uit de stad en regio, doen ze mee aan workshops en presenteren ze hun verkoopplannen en product. In maart 2019 vindt de laatste projectweek plaats in Helsinki.

Kardinge

Noord-Nederland Vitaal en Veilig

Dit is een intensieve samenwerking tussen het Alfa-college en verschillende partners, waaronder Health i Port en Healthy ageing Network Northern Netherlands (HANN). Het doel is om Noord-Nederland op de kaart te zetten als de meest gezonde en vitale regio in Nederland. Er ontstaan steeds meer verbindingen tussen de diverse partners in Health i Port. Het Alfa-college is bijvoorbeeld partner in het Topsportzorgcentrum, waarvan FC Groningen de initiatiefnemer is. Studenten en docenten van de sportopleidingen werken en leren daarin samen. Inmiddels zijn ook studenten van zorg-, horeca- en zelfs techniekopleidingen in het Topsportzorgcentrum aan de slag. Ook werkt het Alfa-college intensief samen met een aantal topsportclubs. Studenten van de opleiding Trainer/Coach geven training aan topsporters van diverse regionale talentencentra en aan de jonge voetballers van FC Groningen. Mooie voorbeelden van nieuwe onderwijsvormen, kennisdeling en samen grensverleggend werken.

Project Multi Moves

Bijna 30 studenten van Sport en Bewegen in Groningen geven in het project 'Multi Moves' een jaar lang les aan meer dan 130 sporttalenten uit Noord-Nederland. Het doel van dit project is dat de studenten ervaren hoe het is om te werken in een topsportklimaat. De talenten worden veelzijdiger in hun eigen sport omdat ze een jaar lang training krijgen in andere sporten dan die ze zelf beoefenen. Een prachtige samenwerking tussen het onderwijs en de regionale talentencentra.

FC Groningen

In 2018 hebben we de lessen ‘motorisch leren’ vervolgd voor de B-, C- en D-jeugd van FC Groningen. De voetballers krijgen dan les in andere sporten, zoals andere balsporten, turnen, dansen en vechtsport, waardoor zij extra vaardigheden opdoen die goed van pas kunnen komen. Jonge sporters en trainers leren van elkaar. Voor de mbo-studenten is dit een gewilde plek: zij geven les in de sport waar ze zelf goed in zijn, aan topsporters die zeer gemotiveerd zijn om nieuwe dingen te leren.

Bijzondere sportlessen met externe doelgroepen

Tweede- en derdejaars studenten Sport en Bewegen organiseren elke maandag bijzondere sportactiviteiten voor cliënten van zorginstelling De Noorderbrug. Zo hebben tien Noorderbrug-cliënten inmiddels op het ijs gestaan, in rolstoelen en bed. Een bijzonder moment voor de cliënten van De Noorderbrug; de meesten van hen waren voor het eerst in hun leven op een ijsbaan. Naast sport en spel is vooral ook het sociale aspect van de sportactiviteiten van belang. De cliënten zijn op het wekelijkse sportuurtje bij het Alfa-college met leeftijdsgenoten onder elkaar. Dat is goed voor de sociale contacten.

Koningsspelen

Basisscholen in stad en provincie vinden steeds beter de weg naar het Alfa-college. Maar liefst 400 studenten Sport & Bewegen van het Alfa-college in Groningen hebben zich ingezet voor het organiseren en begeleiden van de Koningsspelen (nationale sportdag) op 15 basisscholen in stad en provincie.  Voor de studenten, allen eerstejaars van niveau 2, 3 en 4, was het een mooi en leerzaam evenement om aan mee te werken. Studenten uit de hogere jaren kunnen de Koningsspelen gebruiken als examenonderdeel, waarbij zij verantwoordelijk zijn voor de organisatie.

Kluiverboom

In 2018 hebben we vervolgstappen gezet om de locatie aan de Kluiverboom binnen en buiten geschikt te maken voor cross-overs. De buitensportgebieden benutten we steeds meer, samen met omringende scholen, organisaties en de gemeente Groningen. Er is in 2018 veel aandacht besteed aan healthy lifestyle, voor studenten en medewerkers. Het rookvrije schoolplein is ingevoerd. Verder merken we dat het nieuwe cateringconcept dat we in 2017 hebben ingevoerd, goed aanslaat. Studenten en medewerkers waarderen de ruime keuze aan gezonde en smakelijke voeding. De studenten van de horeca-opleidingen werken volop mee in de catering. Welzijn en vitaliteit komen op de locatie ruim aan bod.

UMCG Gilde Verpleegkundige niveau 4

Het UMCG Gilde Verpleegkundige niveau 4 is een initiatief van het UMCG, Noorderpoort, het Alfa-college en ROC Menso Alting. In het eerste jaar maken studenten van de drie ROC’s kennis met het UMCG en met elkaar en gaan ze op een snuffelstage. In het tweede jaar doen de studenten een oriënterende stage. In leerjaar drie en vier gaan de studenten verder met praktijkleren en vinden de lessen plaats in de leerruimte (het leerhome) van het UMCG. Docenten van de ROC‘s en inhoudsdeskundigen van het UMCG verzorgen het onderwijs en ondersteunen de studenten op de afdeling.

De meerwaarde voor ons als Alfa-college is dat wij kunnen voldoen aan de vraag uit de arbeidsmarkt en dat we onze opleidingen kunnen door ontwikkelen met als doel het bieden van een aantrekkelijk onderwijsconcept in een innovatieve leeromgeving waar meer relevante stageplekken van goede kwaliteit beschikbaar zijn. De arbeidsmarkt in de zorg verandert snel. De vraag naar goed opgeleid personeel neemt heel snel toe. Zorginstellingen zitten te springen om personeel. Dit heeft ertoe geleid dat bij het UMCG-traject in 2018 ervoor is gekozen om 35 studenten toe te laten in plaats van 24 studenten, zoals in de voorgaande jaren.

Netwerk Zon

In Netwerk Zon werken het Alfa-college, Noorderpoort, ROC Menso Alting, het Drenthe College en de Hanzehogeschool samen met het werkveld op het gebied van zorg- en welzijnsonderwijs. In 2018 is het aantal leernetwerken gegroeid. Inmiddels zijn er 35 leernetwerken actief, verspreid over verschillende branches (VVT, Gehandicaptenzorg, GGZ, ziekenhuizen, kinderopvang en basisonderwijs). We zien dat de leernetwerken bijna organisch ontstaan. De leernetwerken leveren interdisciplinaire casuïstiek aan (inmiddels zijn er 26 casussen uit 12 leernetwerken) waarmee opdrachten en ontwikkelingsgerichte toetsen voor studenten worden ontwikkeld. Op dit onderdeel loopt het project zelfs voor op schema; de verduurzaming is reeds in gang gezet. Door de casuïstiek op te nemen in ontwikkelingsgerichte oefenopdrachten van Stichting Consortium Beroepsonderwijs, worden de interdisciplinaire casussen structureel onderdeel van het onderwijsmateriaal.
Docenten en werkbegeleiders bereiden zich voor op of participeren in interdisciplinaire leernetwerken. Voorbeelden van nieuwe leernetwerken die in 2018 zijn voorbereid of zijn gestart, zijn de 20 leernetwerken in de VVT, ouderenzorg voor de eerstejaars studenten Verpleegkunde of een leernetwerk in de gehandicaptenzorg (Care Academy).

Het komende jaar wordt verder gewerkt aan het verrijken van de opleidingen Zorg en Welzijn met onderwijsmateriaal gericht op Healthy Ageing; zo zijn er in december 2018 honderd digitale toetsvragen over onderwerpen in Healthy Ageing gemaakt (e-Flow Health) door docenten en het werkveld. Deze toetsvragen worden in maart 2019 getest door middel van een pilot en zullen vanaf september 2019 onderdeel worden van de voorbereiding op de stage. Zoals hierboven aangegeven, worden de casussen opgenomen in de ontwikkelingsgerichte opdrachten van het Consortium, waardoor deze structureel onderdeel worden van de opleidingen.

FITFLEX-event

In juli werd het eerste FITFLEX-event op en rondom de Kluiverboom georganiseerd. Ruim 400 eerstejaarsstudenten van deze locatie deden mee aan sportactiviteiten zoals mountainbiken, volleyballen en tafeltennissen. Dit event is bedoeld om studenten zelf keuzes te laten maken in sporten zodat ze enthousiast zijn en blijven. Bijkomend effect is dat de eerstejaarsstudenten allemaal bij elkaar komen en zo met elkaar in contact komen.

De naam FITFLEX is een combinatie van het Fit for Life principe van het Alfa-college; fit zijn of worden. FLEX staat voor flexibel in de sportkeuzes die studenten zelf kunnen maken. Zo laten we zien dat sporten leuk is, ontspanning geeft en een belangrijke bezigheid is in ons drukke leven. Dit event is georganiseerd door een hbo-student van Sport, Gezondheid & Management van de Hanzehogeschool Groningen, in samenwerking met een Fit for Life-docent bij het Alfa-college.

Health Hub: innovatieproject Zorg en Techniek

Studenten van beide opleidingen werken in vier periodes van elk tien weken samen om problemen op te lossen. Problemen waar studenten verpleegkunde tijdens hun praktijkstage tegenaan lopen en waar techniek mogelijk een oplossing kan bieden. Hoe trek je bijvoorbeeld met behulp van techniek steunkousen aan? Hoe registreer je of het nodig is om iemand om te draaien in bed? Hoe voorkom je vermoeide benen bij rolstoelafhankelijke mensen? Na tien weken presenteren de groepjes hun prototypes aan elkaar en aan professionals uit zorg en techniek.

Opleiding Haarverzorging

De opleiding Haarverzorging heeft in 2018 veel in samenwerking met het werkveld gerealiseerd. Studenten blijven zo op de hoogte van de laatste trends en ontwikkelingen op hun toekomstig vakgebied.

Kappersshow Color Your Mood

Studenten van de opleiding Salonmanager hebben met succes de kappersshow 'Color Your Mood' georganiseerd. De studenten presenteerden de nieuwste haar- en kleurtrends. Het leiden van een kapsalon en een eigen trend ontwikkelen én presenteren zijn onderdelen van hun opleiding. De kappersshow werd in samenwerking met het werkveld gehouden; barbershop De Zwarte Raaf gaf tekst en uitleg over het vak van barbier. Medewerkers van Keune Haircosmetics toonden de nieuwe haarkleurcollectie aan het publiek.

Verwendag Alfa-college valt in de smaak bij 50 vrouwen Voedselbank Hoogezand

Een dagje zonder zorgen, in de watten worden gelegd en nieuwe contacten opdoen: vijftig vrouwen van de Voedselbank Hoogezand kregen de kans om mee te doen aan de verwendag op de Kluiverboom. Eerdere contacten tussen medewerkers van de Voedselbank, het Alfa-college en het Rijnland Instituut hadden geleid tot de verwendag. Mbo-studenten en medewerkers van de opleidingen Uiterlijke verzorging, Haarverzorging en Horeca verleenden op hun vrije dag graag hun medewerking en kregen er veel complimenten voor terug. Vrouwen die normaal gesproken ieder dubbeltje om moeten draaien, konden lekker genieten van een knipbeurt, een schoonheidsbehandeling en een leuke workshop.

Innovatieproject internet ondernemen: crossover Schoonheidsverzorging, Detailhandel en Interieurdesign

Studenten van niveau 4 van Schoonheids- en Haarverzorging konden meedoen aan het excellentieprogramma 'Internet ondernemen'. Zij hebben samen met studenten en docenten van Interieurdesign een website gebouwd (www.beautyandhair.nl), waar zij de mogelijkheid hebben om hun producten, diensten en events aan te bieden. Voor de marketing en presentatie van hun diensten hebben de studenten geleerd van de studenten van Detailhandel en Interieurdesign. Van alumni kregen ze gastlessen in onder andere fotografie, promotie en presenteren in het Engels. Dit excellentieprogramma is een pilot.

Studenten Haarverzorging staan op de beurs Wonen en Co

Studenten Interieurdesign en Haarverzorging hebben samen een stand bemenst op de beurs Wonen en Co in Groningen. Hierdoor ontstond veel aanloop naar de stand, waar mensen geknipt konden worden en ook een kijkje konden nemen bij de mogelijkheden van Interieurdesign.

De 4 Elementen: proeftuin voor leren en werken

Bij 'De 4 Elementen' in Stroobos komen wonen, zorg, dagbesteding, leren en toerisme samen. Het is een maatschappij in het klein waar de deelnemers vanuit het begeleid wonen en werkentraject een optimale leercontext hebben en waar studenten uit verschillende richtingen met elkaar samen werken en leren, een proeftuin met een haven, een camping, horeca en dagbesteding. De proeftuin is opgezet in samenwerking met het lectoraat ‘Duurzame innovatie in de regionale kenniseconomie’ van NHL Stenden en het Alfa-college. Samen met studenten wordt er gewerkt aan echte vraagstukken. Inmiddels is 'De 4 Elementen' benoemd tot een zogeheten ReCoMaLab (Regionaal Comakership Laboratorium), waar een multidisciplinaire aanpak wordt gehanteerd. Dat komt er in de praktijk op neer, dat studenten van totaal verschillende studierichtingen samenwerken; van zorg en techniek tot en met toerisme en economische richtingen. De interactie met de bewoners van de proeftuin is een extra voordeel, omdat het ook de sociale vaardigheden bevordert. Er wordt gekeken of er in de toekomst een praktijkopleiding opgezet kan worden.

Project grenzeloos leren

Dit project vond in 2018 voor de tweede keer plaats. Docenten en studenten van vmbo, mbo en hbo werken samen aan de opdracht om nieuw onderwijs te creëren in co-creatie. Dit vindt buiten de school plaats. Op projecten buiten school kunnen studenten ontdekken wie ze zijn, welke talenten ze bezitten en hoe ze kunnen samenwerken. Zij onderzoeken hun eigen leiderschap en maken gebruik van elkaars verschillen. Dit in opdracht van het werkveld. Studenten leren veel over zichzelf en voelen de meerwaarde die deze vorm van werken heeft voor maatschappelijke vraagstukken.

Opleiding Basic Life Support

Tien studenten van de opleiding Verpleegkunde volgden de opleiding tot instructeur Basic Life Support/Automatische Externe Defibrillator (BLS-AED). Door het volgen van dit excellentieprogramma mag het tiental collega’s of medestudenten opleiden. Een win-win situatie voor de opleiding, de maatschappij en de studenten zelf, aldus docenten van de opleiding Verpleegkunde. De tien studenten waren geselecteerd op basis van hun motivatie. Zij kregen binnen het excellentieprogramma een tweedaags programma aangeboden waarin zij het reanimeren aan anderen kunnen leren. Na afloop zijn ze geaccrediteerd om certificaten uit te reiken. De studenten moeten lesgeven en zij worden ingezet bij de examinering van medestudenten, onder begeleiding van een docent. Voor het werkveld levert het kundige stagiaires op en studenten leren studiegenoten een vaardigheid aan die levens kan redden.

Spaans leren in Spanje

Spaans leren in Madrid als verkort alternatief voor een buitenlandstage. Een groep studenten van de Kluiverboom, van de opleidingen Pedagogisch medewerker en Onderwijsassistent, hebben twee weken Spaans geleerd van ‘native speakers’ en gelijk ook in de praktijk gebruikt. De korte studiereis is een alternatief voor studenten die niet in de gelegenheid zijn een buitenlandstage van tien weken te volgen. Naast de taal doen de studenten ook verantwoordelijkheidsgevoel en zelfstandigheid op. De studenten sloten de studiereis af met een certificaat voor Spaans op A1-niveau. Deze studiereis gaat vanwege het succes waarschijnlijk opgenomen worden in het lesprogramma.

2.5.2 Regio Hardenberg

Pedagogische didactische visie

In de regio willen we niet uit het oog verliezen ‘waartoe’ we opleiden: niet alleen tot goed vakman, maar zeker ook tot waardevolle deelnemer aan onze maatschappij. Ons onderwijs is niet waardenvrij. Onderwijsbeleid heeft zich de afgelopen jaren steeds meer gericht op het meten van leerprestaties. Hierdoor zijn docenten steeds minder vanuit de opleiding toegerust om zich een pedagogisch oordeel te vormen in concrete onderwijssituaties. Alleen wanneer docenten expliciete ideeën hebben over wat voor hen goed onderwijs is, zijn ze in staat om te beoordelen wat voor een bepaalde student op een bepaald moment in een bepaalde situatie het meest wenselijke is om te doen. De afgelopen jaren is hier zeker op ingezet, maar het gesprek hierover moet blijvend gevoerd worden binnen de teams en binnen het RMT. Om dit gesprek te faciliteren zijn er 3 werkvormen en spellen ontwikkeld die we in de teams aanbieden. Alle teams inclusief het RMT gaan hiermee aan de slag.

Samenwerking en co-makership

Community Learning Service

Naast het Projectenbureau DOEN! voor externe projecten met bedrijven en instellingen, wordt een intern projectenbureau gerealiseerd voor het ontwikkelen van opleidingsoverstijgende projecten met een ideële insteek; een Community Learning Service. Door als team met studenten te participeren in een dergelijk project kunnen we studenten laten ervaren hoe zij een waardevolle bijdrage kunnen leveren aan de maatschappij waarin zij leven. Hiermee geven we invulling aan onze identiteit.

Samenwerking met het Zone.college 

De samenwerking met het Zone.college, het AOC dat op dezelfde locatie als  het Alfa-college is gevestigd, is geïntensiveerd. Zo is er een gezamenlijke scholingsdag rondom sociale veiligheid georganiseerd en is er een gezamenlijk onderzoek uitgevoerd naar een brede opleiding op niveau 2 inclusief Groen. Verder wordt de Open Dag gezamenlijk gehouden en was er een gezamenlijke kerstmarkt voor alle collega’s van beide scholen. Tevens wordt verkend hoe we mogelijk kunnen komen tot een gezamenlijke aansturing.

Stichting LeerKRACHT en EduScrum

Met het introduceren van LeerKRACHT en EduScrum willen we werken aan continue kwaliteitsverbetering. Bij de teams van MZ/VZ en Dienstverlening niveau 2 en 4 is gestart met LeerKRACHT. Bij de ICT-opleidingen en bij de excellentieprogramma’s wordt gewerkt met EduScrum.  De eerste reacties zijn tot nu toe positief. Deze methodes helpen de teams bij het professioneel vormgeven van hun onderwijsprogramma’s. Door het leren met en van elkaar dragen deze teams bij aan het verder invulling geven aan een professionele leergemeenschap.

Uitbreiding leerafdelingen

Zorgaccent

Begin september 2018 startte op de huiskamer Mageleresch op het Liefferdinck in Den Ham de eerste leerafdeling binnen ZorgAccent. Op het Liefferdinck lopen acht tweede- en derdejaars studenten stage. Daarbij worden zij coachend begeleid door twee docenten van school en door werkbegeleiders van de afdeling. Het is voor de studenten een mooie manier om hun toekomstige beroep van dichtbij te ervaren in de praktijk, zodat zij hopelijk enthousiast worden voor een baan in de ouderenzorg. De docenten gekoppeld aan de leerafdeling zijn een keer per week aanwezig.

Leergemeenschap Clara Feyoena Heem

Van zorgen voor naar zorgen met de bewoners. Dat is wat de Saxenburgh Groep, het Alfa-college en Hogeschool Windesheim voor ogen hebben. In 2018 is een groep studenten van deze onderwijsorganisaties in Hardenberg gestart als leerafdeling op een psychogeriatrische verpleegafdeling in zorgcentrum Clara Feyoena Heem, onderdeel van de Saxenburgh Groep. De ontwikkeling naar een leergemeenschap betekent dat niet alleen studenten van de zorgopleiding, maar ook studenten vanuit de groene sector, uiterlijke verzorging, sport en bewegen, maatschappelijke zorg en pedagogisch werk, of zij-instromers hun stage verbinden aan de leergemeenschap.

Samenwerking met vmbo-scholen in de regio

Techniek

In de regio wordt volop samengewerkt om kiezen, leren en werken in de techniek in de regio te stimuleren. Hierover vindt met bedrijven, vo-scholen, po-scholen, mbo en gemeente overleg plaats. Om samenhang en afstemming te bewerkstelligen, stelt de gemeente een Techniekagenda op met speerpunten en duidelijke doelgroepen voor de regio. Vooralsnog beperken we ons tot de sectoren bouw, mechanische techniek en proces- en installatietechniek. 

Doorstroom programma vmbo-mbo

De samenwerking met het vmbo is geconcretiseerd met het programma ‘the Next Step’. Alle vmbo-scholen in de regio hebben in het kader van de subsidie doorstroom vmbo  een aanvraag ingediend en drie scholen hebben deze subsidie gehonoreerd gekregen. Concreet betekent het dat er een ‘summerschool’ in de maand juni 2019 ingericht wordt voor gediplomeerde vmbo-leerlingen vanuit de basis- en de kaderberoepsgerichte leerweg die een steuntje in de rug kunnen gebruiken. Om dit voor te bereiden is een werkgroep van start gegaan waarin zowel docenten vanuit het vmbo als mbo participeren om het programma voor te bereiden. Hierbij gaat het om versterken van het zelfvertrouwen, studievaardigheden, taal en rekenen. Ook worden de ouders van de toekomstige studenten hierbij betrokken.

MBO XL

 In Hardenberg is het afgelopen jaar het excellentieprogramma ‘MBO XL’ volledig uitgerold en geïmplementeerd. Een werkgroep van vijf docenten heeft met de scrummethodiek gewerkt aan een bijgesteld visiedocument, begeleidingsplan, een bijgestelde intake- en selectieprocedure, beoordelingscriteria en een wervings- en promotiecampagne. Ook hebben de betrokken docenten een scholing gevolgd over talentontwikkeling om hun coachende rol goed te kunnen vervullen.

In potentie kan iedere student een excellente student zijn. Excellentie zien we als iets dat ontwikkelbaar is. Elke student kan uitblinken als hij op de juiste manier gestimuleerd en ondersteund wordt. Hoe de student excelleert, verschilt per persoon; dit kan zijn binnen het vakgebied en/of ter verbreding van het vak of interesses. Dit kan een individueel traject zijn en/of  een gezamenlijk traject met andere excellerende studenten van diverse opleidingen en niveaus. Binnen het excellentietraject voert de student zelf de regie over zijn leerproces waarbij de student begeleid wordt door een excellentiecoach die een adviserende en ondersteunende rol vervult gedurende het excellentietraject.

Deelname aan het excellentieprogramma levert de student veel op: een bijdrage aan duurzame ontwikkeling van zijn persoonlijkheid, hoogwaardig vakmanschap,  een goede voorbereiding op doorstuderen en of maatschappelijk (internationaal) functioneren. Studenten kunnen kiezen uit vijf excellentieroutes: skills, brain- en bootcamp, persoonlijk talent, innovatie en eigen baas.  Wat een student ook wil, er is altijd een passend traject om dat te bereiken.

 

2.5.3 Regio Hoogeveen

De regio Hoogeveen heeft zich in 2018 vooral ingezet voor innovatief onderwijs. Zo hebben wij in onze pedagogisch-didactische visie aangegeven dat we studenten willen stimuleren om te werken in projectmatige vormen van onderwijs in nauwe samenwerking met het werkveld. De onderwijsvisie krijgt onder andere vorm in het werken met deze multidisciplinaire en multilevel-projecten. Door te kiezen voor projectmatig werken sluiten wij eveneens aan bij de uitgangspunten van de RIF Regionaal Co-makership.
Daarnaast zijn er diverse andere onderwijsvormen die niet per se uitgaan van deze projectvorm, maar die wel vernieuwend zijn en bijdragen aan een ‘verantwoorde leeromgeving’ en ‘toonaangevend onderwijs’.
Binnen al onze opleidingen is aandacht voor onderwijsinnovatie, maar we kunnen niet alle innovaties van alle opleidingen voor het voetlicht brengen. Daarom volgt hieronder een kleine selectie.

Vernieuwend onderwijs

In 2017 zijn we al gestart met adaptief onderwijs bij onze ICT-opleidingen en deze manier van onderwijs gaan we verder uitrollen binnen de techniekopleidingen. Met de start van het schooljaar 2018-2019 is de opleiding Engineering hier eveneens mee gestart. De bedoeling is dat studenten zelf keuzes kunnen maken in hun opleiding ten aanzien van benodigde kennis en vaardigheden, uiteraard binnen de kaders van het kwalificatiedossier. Door studenten zelf keuzes te laten maken, wordt een groter appèl gedaan op het verantwoordelijkheidsgevoel van de student  voor zijn eigen leerproces.

Dit vraagt iets van de studenten, maar ook van de docenten. Docenten hebben vooraf organisatorisch en onderwijsinhoudelijk forse ingrepen in het curriculum moeten doen. Ook tijdens de lessen vraagt dit om een andere begeleiding van de studenten en een andere aanpak van de lesstof. Dit is een lerend proces voor zowel student als docent, waarbij de student actief betrokken wordt bij het proces om zo de kwaliteit van onderwijs steeds te kunnen verbeteren.

De eerste evaluaties met studenten laten een positief beeld zien. Zij voelen zich meer betrokken bij het onderwijs. Ten aanzien van de medewerkers zien we dat er nog regelmatig sprake is van een terugval naar oude manieren van werken. Dit vraagt om meer scholing op de rollen van de docent. Ook is er blijvend aandacht nodig voor de ondersteunende systemen.

De opleidingen van de Business School zijn eveneens volop bezig met onderwijsvernieuwing. In 2018 is gestart met het voorbereiden van een pilot voor alle eerstejaars studenten Business Economie en Ambachten. De studenten kunnen zich tien weken lang, 2 middagen per week inschrijven voor specifieke vakken. Het kan daarbij gaan om vakken met een verdiepend en/of verbredend karakter, maar het kan ook gaan om remediëring of om een specialistisch vakgebied zoals bijv. wijnkennis, EHBO/BHV en e-commerce.

In oktober is ons dienstencentrum AlfaDOET! geopend. AlfaDOET! is een initiatief van het Alfa-college in Hoogeveen en Stichting Welzijnswerk Hoogeveen (SWW). Eerste en tweedejaars studenten van de opleiding Dienstverlenende beroepen voeren opdrachten uit in de praktijk. De opdrachten variëren van koffiedrinken met ouderen, hulp bij het halen van boodschappen of ondersteunen bij evenementen. Door de samenwerking met SWW kunnen de studenten van deze opleiding zich inzetten voor de Hoogeveense samenleving. Een mooi voorbeeld van praktijkleren voor onze studenten die daarmee tevens maatschappelijk betekenisvol kunnen zijn.

We zijn tevreden over de wijze waarop AlfaDOET! zich ontwikkelt. Het vraagt veel aandacht om voldoende en juiste opdrachten binnen te krijgen maar we zien nu al wel dat de uitval van studenten tot een minimum beperkt blijft en we schrijven dit toe aan het gegeven dat er veel meer praktijk in de opleiding is gekomen dan in het schooljaar 2017-2018 het geval was. Aandacht blijft nodig voor de fysieke omgeving waarin AlfaDOET! de activiteiten laat plaatsvinden. De rol van de docent is in deze cruciaal. De docent is 50% coach en 50% docent; eerst aandacht voor de relatie en dan voor de lesstof. Daarnaast werken we vanuit het principe van het lonkend perspectief in plaats van het wenkend perspectief. Studenten krijgen mogelijkheden aangeboden waarbij zij een keuze kunnen maken die kan leiden tot versnellen of vertragen van het opleidingstraject.

Multidisciplinair project

Het LIDO is een voorbeeld van een multidisciplinair en multilevel-project in een hybride leeromgeving. Het project LIDO betreft de zandwinplas Nijstad die omgetoverd moet worden tot een recreatie- en woonomgeving. Naast een aantal ondernemers en de gemeente Hoogeveen is ook het Alfa-college met een aantal opleidingen betrokken bij dit grote project. Een van de projecten is het ontwerpen van een multifunctioneel gebouw dat door verschillende huurders gebruikt kan worden. Dit gebouw zal samen met Drentse ondernemers, partners van ons RIF-programma, in Hoogeveen gebouwd worden met duurzame materialen (gezond en circulair bouwen).

In de planvorming zijn er diverse functies bedacht: een duikschool, kantoorruimtes, een kapsalon, wellnesssalons, winkels, een fitnessruimte, een snackshop en een entreeruimte voor toegang tot het recreatiegebied.

Aan het project werken verschillende opleidingen mee zoals de opleiding Dienstverlenende beroepen, de Business School, Zorg en Welzijn en Techniek. Niet alleen is het mbo aangesloten, ook hbo-studenten werken samen met de mbo-studenten aan dit project. In totaal leveren zo’n 200 mbo-studenten en 50 hbo-studenten een bijdrage aan dit project. Het LIDO wordt in het voorjaar van 2019 geopend met een festival als start van het eerste toeristische seizoen van Strand Nijstad. De recreatieve bewoning is medio 2020 gereed. Wij zien dit als een belangrijk project waarmee we maximale leerwinst halen voor onze studenten, multisectoraal werken (of multidisciplinair) en bovendien een grote maatschappelijke meerwaarde realiseren van ons onderwijs.

Toonaangevend onderwijs

Twee mooie voorbeelden van vernieuwend onderwijs die bedragen aan toonaangevend onderwijs zijn de opleidingstrajecten bij onze Doktersassistentes en de Bakkers. Drie noordelijke ROC’s, waaronder het Alfa-college, hebben in samenwerking met de noordelijke huisartsenposten en de organisatie van huisartsenpraktijken een nieuw traject ontworpen. Dit is een drie maanden durend traject voor herintredende doktersassistentes die na een succesvolle afronding van de opleiding meteen aan het werk kunnen als doktersassistente. Er is een toenemend tekort aan doktersassistentes in huisartsenpraktijken en een toenemend tekort aan triagisten op de huisartsenposten. Door dit traject kunnen deze tekorten snel aangepakt worden. Er deden 16 herintredende doktersassistentes mee en allen ontvingen in december 2018 hun certificaat. Het eerste traject is afgerond in Hoogeveen, in 2019 vinden de trajecten plaats bij de andere ROC’s.

We zijn bijzonder tevreden over de snelle en accurate wijze van ontwikkelen en uitvoeren van dit traject. Wat ons betreft geeft het weer dat we goede verbindingen hebben met de branches waarvoor we opleiden en dat dergelijke connecties bijdragen aan een goede aansluiting bij de vragen uit de arbeidsmarkt.

Ook hebben we in samenwerking met diverse gemeentes en de uitzendbureaus ‘Het Ambacht’ en ‘United Work’ een tien weken durende basisopleiding Basis Brood ontwikkeld. Met het ontwikkelen van dit opleidingstraject hebben we ingespeeld op een landelijke trend van een tekort aan bakkerspersoneel. Deze basisopleiding werd uitgevoerd bij onze opleiding Brood en banket. Dit opleidingstraject is bedoeld voor werkzoekenden met een afstand tot de arbeidsmarkt die interesse hebben voor de bakkerswereld. Het is de bedoeling dat de deelnemers na een succesvolle afronding van de opleiding een jaarcontract krijgen bij een bakker in de regio. De eerste groep van tien deelnemers heeft de opleiding succesvol voltooid en zij hebben in december 2018 hun certificaat behaald. Wat ons betreft was dit een succesvolle activiteit die eens te meer bewijst welke meerwaarde een mbo-opleiding kan hebben voor maatschappelijke kwesties en issues zoals het bijdragen aan een oplossing voor tekorten op de arbeidsmarkt of het stimuleren van mensen met een zogenaamde ‘afstand tot de arbeidsmarkt’. 

Volta 2020

Onder de naam Volta 2020 is het Alfa-college in Hoogeveen gestart met het revitaliseren van het schoolgebouw aan de Voltastraat in Hoogeveen. Deze revitalisatie leidt tot een toekomstbestendige, moderne onderwijsvoorziening in 2020 waar na voltooiing het onderwijsprofiel optimaal tot uiting wordt gebracht. Door deze revitalisatie wordt ons gebouw nog meer geschikt gemaakt voor innovatief onderwijs. Onze eigen studenten zijn nauw betrokken bij en participeren in deze revitalisatie.