Financiën

6.1 Toelichting College van Bestuur

 

Inleiding

 

De jaarrekening van ons roc maakt als verantwoordingsdocument onderdeel uit van de beleidscyclus. De beleidscyclus begint met het bepalen, voorafgaand aan het boekjaar, van de financiële kaders. Deze kaders zijn in de begroting doorvertaald naar de organisatieonderdelen met als doel sturing van de organisatie.

In deel B van dit geïntegreerd jaardocument is in hoofdstuk 3 de staat van baten en lasten 2018 opgenomen. Voor 2018 was een resultaat begroot van € 3,2 mln. positief. Het uiteindelijke resultaat over 2018 is € 10,0 mln. positief. Dit verbeterde resultaat ad € 6.8 mln. wordt met name veroorzaakt door diverse financiële significante mee- en tegenvallers ten opzichte van de begroting 2018. 

Financiële meevallers: 

  • de normatieve rijksbijdrage is ten opzichte van de begroting € 2,2 mln. hoger uitgevallen. Deze hogere normatieve rijksbijdrage wordt grotendeels veroorzaakt door een toename van de lumpsum vanwege een toename van het marktaandeel en als gevolg van een compensatie voor toegenomen werkgeverslasten en de extra loonkosten als gevolg van het cao-MBO onderhandelingsakkoord 2018-2020;
  • de overige subsidies OCW zijn ten opzichte van de begroting € 1,5 mln. hoger uitgevallen. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door hogere niet-geoormerkte subsidies vanwege extra ontvangsten vanuit de resultaatafhankelijke bekostiging waaronder: VSV, BPV en Studiewaarde;
  • hogere opbrengsten van de overige overheidsbijdragen en subsidies ad € 0,1 mln. doordat projecten in 2018 nieuw zijn gestart en aan reeds lopende projecten een vervolg is gegeven. Dit betreft onder andere de projecten RIF Fieldlab PracTICe en TopTechniek in Bedrijf.
  • hogere opbrengsten werk in opdracht van derden ad € 0,7 mln. voornamelijk als gevolg van hogere baten vanuit Internationaliseringgelden door een toenemend aantal internationaliseringsactiviteiten. Tevens leidt een intensievere samenwerking met NHL/Stenden in het Rijnland Instituut en een toename van de omzet op contractonderwijs tot hogere baten; 
  • het resultaat cursusgeld is € 0,1 mln. hoger dan begroot voornamelijk veroorzaakt door een toename van het aantal deelnemers;
  • hogere overige baten ad € 0,2 mln. voornamelijk veroorzaakt door meer omzet behaald vanuit detacheringen en een toename van de omzet vanuit de catering;
  • lagere afschrijvingskosten ad € 1,2 mln. veroorzaakt doordat in de begroting de inhaalafschrijving is opgenomen naar aanleiding van de verkoop van de Travertijnstraat 6. Deze kosten zijn echter gesaldeerd met de verkoopopbrengst;
  • de huisvestingslasten zijn gedaald met € 0,1 mln. voornamelijk als gevolg van lagere schoonmaakkosten dan in de begroting was opgenomen;
  • lagere overige kosten ad € 0,2 mln. voornamelijk als gevolg van een vrijval van de voorziening dubieuze debiteuren. Deze vrijval betreft geinde vorderingen die ultimo 2017 als oninbaar waren aangemerkt en derhalve waren voorzien;
  • de rentelasten zijn afgenomen met € 0,3 mln. als direct gevolg van de herfinanciering tegen betere voorwaarden van twee ING leningen bij het Ministerie van Financiën.
  • per saldo zijn de kosten van de administratie- en beheerlasten en kosten voor Inventaris, apparatuur en leermiddelen afgenomen met € 0,5 mln. De oorzaak van deze daling is voornamelijk te verklaren doordat de vraag naar opslagcapaciteit gedaald is waardoor de kosten hiervoor zijn afgenomen. Daarnaast leidt het later implementeren van nieuwe laptops tot lagere leasekosten.

Financiële tegenvallers:

  • de totale personeelslasten zijn toegenomen met € 0,1 mln. De bruto lonen & salarissen en kosten voor inhuur van derden is per saldo toegenomen met € 2,2 mln. als gevolg van een hogere inzet formatie door toename van het aantal deelnemers alsmede extra benodigde inhuur voor ziektevervanging. Daartegenover is de dotatie aan de personele voorzieningen gedaald met € 1,2 mln. voornamelijk als gevolg van het actief uitgevoerde beleid op de wachtgeldpopulatie wat leidt tot een forse vrijval van deze voorziening. Naast bovenstaande mutaties zijn de overige personele lasten met € 0,9 mln. afgenomen voornamelijk als gevolg van hogere uitkeringen WAO/WIA en Ziektewet.
  • inkoop catering en inkoop onderwijs zijn per saldo toegenomen met € 0,2 mln. Deze toename heeft met name te maken met de toename van het aantal deelnemers en personeel waardoor de inkoopkosten van gebruiksartikelen toegenomen zijn;

De voorgaande opsomming van mee- en tegenvallers illustreert dat er nogal wat niet-beïnvloedbare factoren zijn die eraan bijdragen dat er een aanzienlijk verschil is tussen het begrote en het gerealiseerde resultaat 2018. Bij het analyseren van de oorzaken van dit verschil constateerden we dat de niet-beïnvloedbare veroorzakers van het verschil (Normatieve Rijksbijdrage en Overige subsidies OCW) een groot deel van het verschil verklaren maar dat er intern ook mogelijkheden zijn om ervoor te zorgen dat in het vervolg begrote en gerealiseerde resultaten dichter bij elkaar liggen. Daarmee gaan we aan de slag.

Het gemiddelde aantal fte’s is ten opzichte van de begroting gestegen met 9,4 fte’s. Het p-aandeel is ultimo 2018 uitgekomen op 68,0%; dat is 2,7% lager dan het begrote percentage van 70,7%. De verklaring voor deze verlaging, ondanks een stijgend aantal fte’s, komt doordat de totale omzet procentueel meer is gestegen ten opzichte van de begroting dan de personele lasten. 

Aantal fte's ultimo (exclusief mobiliteit)

P-aandeel ultimo

Balans ultimo 2018

In de balans 2018 (zie hoofdstuk 2 in deel B van dit geïntegreerd jaardocument) is zichtbaar dat het balanstotaal is toegenomen van € 110,6 mln. naar € 116,1 mln. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de toename van de liquide middelen met € 10,1 mln. alsmede de afname van de vaste activa van € 82,4 mln. in 2017 naar € 79,5 mln. in 2018. Deze afname heeft te maken met een afschrijvingslast die € 2,5 mln. hoger is dan in 2018 is geïnvesteerd en door een afboeking van € 0,4 mln. als gevolg van de verkoop van het pand aan de Travertijnstraat 6. 

Daarnaast zijn de kortlopende vorderingen gedaald t.o.v. 2017 met € 1,7 mln. Dit betreft voornamelijk een daling op de vordering op studenten/cursisten doordat actief beleid ertoe heeft geleid dat er alsnog vorderingen op inburgeraars zijn geïnd en dat reguliere MBO-studenten tijdig hun factuur hebben voldaan.

Door het positieve resultaat neemt het eigen vermogen met € 10,0 mln. toe. De in 2014 in gang gezette acties om de verlieslatende exploitatie van contractactiviteiten om te buigen naar minimaal neutrale resultaten hebben in 2018 een winst opgeleverd van € 0,1 mln. Hierdoor wordt de negatieve reserve van contractactiviteiten wederom verder teruggedrongen. 
De personeelsvoorzieningen zijn afgenomen met € 1,1 mln. Dit heeft voornamelijk te maken met een vrijval van de wachtgeldvoorziening als gevolg van gerichte acties om de instroom te laten dalen en de uitstroom te vergroten. De herfinanciering van 2 ING-leningen bij het Ministerie van Financiën heeft geleid tot een afname van de langlopende schuld ten opzichte van 2017 met € 4,6 mln. doordat er bij de herfinanciering gekozen is om een deel direct af te lossen en niet opnieuw te herfinancieren.

De kortlopende schulden zijn toegenomen met € 1,2 mln. voornamelijk door een toename in vooruit ontvangen geoormerkte subsidies.

Onderstaand volgt een grafische weergave van de ontwikkeling van de belangrijkste kengetallen in de afgelopen drie jaar:

6.2 Treasuryverslag, vermogenspositie en kengetallen

Treasuryverslag

Het in 2016 vastgestelde treasurystatuut is in overeenstemming gebracht met de Regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2016. 

Uitgangspunt van ons treasurybeleid is het waarborgen van de continuïteit van de kerntaak van het Alfa-college door het beschermen van vermogens- en renteresultaten tegen ongewenste financiële risico’s en het optimaliseren van de renteresultaten binnen de limieten en richtlijnen van het treasurystatuut.

In dit beleid zijn onder andere de boven- en ondergrens en streefwaarde voor de solvabiliteit en de norm en signaleringswaarde voor de liquiditeit vastgelegd. Tevens is het financieringsbeleid vastgelegd, waarbij het Alfa-college niet belegt in derivaten en alleen gebruik maakt van conventionele instrumenten en methodieken. Daarnaast is de administratieve organisatie beschreven en zijn de taken en verantwoordelijkheden met betrekking tot de treasuryfunctie binnen het Alfa-college met de daarbij behorende bevoegdheden vastgelegd.

Het Alfa-college voert een dusdanig financieel beleid en beheer dat zijn voortbestaan in financieel opzicht is gewaarborgd. De balansstructuur (solvabiliteit) vormt hiervoor o.a. een belangrijke ijkwaarde. In het treasurystatuut is hiervoor een ondergrens bepaald van 32% en een bovengrens van 50% (exclusief voorzieningen). Het gerealiseerde percentage bedroeg ultimo 2018 47%.

Wij hebben onze middelen op direct opneembare betaalrekeningen staan bij Nederlandse banken met een kredietwaardigheid > A, alsmede bij het Ministerie van Financiën (AAA). In de jaarrekening is in de toelichting op langlopende schulden een overzicht opgenomen van de lopende financieringen. De looptijd, rentevast periode alsmede het rentepercentage van de leningen is opgenomen in onderstaand overzicht.

  rentevoet stand per aangegane aflossing stand per looptijd looptijd
  % 01/ 1/2018 leningen   12/31/2018 >1 jaar >5 jaar
               
Overige langlopende schulden              
Ministerie van Financiën (574) 3,39%  7.310.000  0  430.000   6.880.000   6.450.000   4.730.000 
Ministerie van Financiën (575) 3,78%  5.383.333  0  316.667   5.066.666   4.749.999   3.483.331 
Ministerie van Financiën (2736) 0,10%  9.600.000  0 0  9.600.000   9.600.000  0
Ministerie van Financiën (3303) 0,79% 0  17.000.000   850.000   16.150.000   15.300.000   11.900.000 
ING 650118294 4,50%  12.150.000  0  12.150.000  0 0 0
ING 650142330 4,95%  8.100.000  0  8.100.000  0 0 0
Capgemini 4,50%  509.507   731.287   532.651   708.143   708.143  0
               
Uitstaand vreemd vermogen    43.052.840   17.731.287   22.379.318   38.404.809   36.808.142   20.113.331 

In juli 2018 hebben wij onze ING-leningen afgelost en ondergebracht bij schatkistbankieren van het Ministerie van Financiën. Met het oversluiten van deze lening hebben wij tevens een extra aflossing gedaan ter grootte van € 4 mln.
Door het positieve exploitatiesaldo 2018 is het eigen vermogen toegenomen met € 10,0 mln. Van dit bedrag is € 9,0 mln. toegevoegd aan de algemene reserve, is het positieve resultaat op contractactiviteiten ad € 0,1 mln. gebruikt om de (negatieve) reserve contractactiviteiten aan te vullen; is € 0,1 mln. gebruikt om toe te voegen aan de reserve cursusgeld. Daarnaast is per saldo € 0,5 aan de bestemmingsreserve VAVO toegevoegd. De private bestemmingsreserve Inburgering is positief gemuteerd met € 0,4 mln.

Het saldo van de voorzieningen ultimo 2018 is met een bedrag van € 1,1 mln. gedaald ten opzichte van 2017. De wachtgeldvoorziening is afgenomen met € 1,0 mln., de ambtsjubileumvoorziening is gedaald met € 0,2 mln., de voorziening voor duurzame inzetbaarheid (seniorenverlof) is gestegen met € 0,4 mln. en de voorzieningen langdurig ziekteverzuim is afgenomen met € 0,1. De voorziening transitievergoedingen is vrijgevallen met een saldo van € 0,2 mln.

De langlopende schulden zijn, zoals te zien is in bovenstaand overzicht, per saldo afgenomen met € 4,6 mln. Totaal is er voor € 17,7 mln. aan nieuwe verplichtingen aangegaan. Tegenover de nieuw aangegane verplichtingen staat een aflossing van in totaal € 22,3 mln.

Vermogenspositie en kengetallen

Ontwikkeling eigen vermogen x €1.000

Ontwikkeling eigen vermogen x €1.000
Categorieën 2018 2017 2016
Algemene reserve 52.353,1 43.402,0 39.537,5
Bestemmingsreserve 2.409,6 1.401,9 1.619,4
Herwaarderingsreserve 0 0 0
Statutaire reserve 1,1 1,1 1,1
Totaal eigen vermogen 54.763,8 44.805,0 41.158,0

Kengetallen

Kengetallen
Categorieën 2018 2017 2016
Ongewogen bekostigd[1]      
Aantal deelnemers BOL 9.507 9.734 9.834
Aantal deelnemers BBL 2.493 2.176 2.042
Aantal deelnemers totaal 12.000 11.910 11.876
Aantal diploma's 3.453 3.730 3.830
       
Categorieën 2018 2017 2016
Aantal fte’s ultimo[2] 1043,4 973,9 945,1
P-aandeel (pers.kosten/tot.baten in %) 67,9% 72,0% 72,6%
Solvabiliteit (excl. voorz. in %) 47% 41% 39%
Rentabiliteit (resultaat/tot.baten in %) 8,6% 3,4% 1,6%
Liquiditeit (vlottende activa /kortl.schulden) 2,1 1,8 1,4
Huisvestingsratio (huisvestingslasten + afschrijv. gebouwen en terreinen)/tot.lasten) 0,09 0,09 0,09
Weerstandsvermogen (eigen vermogen/totale baten) 0,5 0,4 0,4
Investeringen x € 1 miljoen 2,8 2,1 1,9

[1] De aantallen ongewogen bekostigde deelnemers 2018 en het aantal diploma’s 2018 zijn gebaseerd op de laatste terugmelding bekostigingsgegevens d.d. 20 maart 2019 en wijken af van de getallen uit de begroting 2018 welke gebaseerd zijn op een oudere rapportage.
[2] Ultimo 2018 bedraagt het aantal fte’s mobiliteit 0, het aantal fte’s ultimo 2017 is exclusief 0,2 fte’s mobiliteit en ultimo 2016 is exclusief 0,2 fte mobiliteit.

Toelichting bij de kengetallen

Het totaal aantal ongewogen bekostigde deelnemers is met 0,8% gestegen ten opzichte van 2017. Het aantal BOL-deelnemers is met 2,3% gedaald, terwijl het aantal BBL-deelnemers met 14,6% gestegen is.

Het aantal verstrekte diploma’s 2018 daalt ten opzichte van het voorgaande jaar met 277. De groei van het aantal deelnemers gezamenlijk met de daling van het aantal diploma’s zou naar verwachting, vanwege de t-2 systematiek, leiden tot een gelijkblijvende tot licht dalende Rijksbijdrage in 2019. Echter, door het afschaffen van de Cascaderegeling neemt de Rijksbijdrage in 2019, naar verwachting, alsnog toe. Vanwege incidentele ontvangsten in 2018 vanuit het resultaatafhankelijke budget voor VSV, Studiewaarde en BPV is de totale ontvangen Rijksbijdrage in 2018 aanzienlijk hoger dan in de begroting 2019 is opgenomen.

Ten opzichte van 2017 ligt het aantal fte’s ultimo 2018 ongeveer 66 fte hoger. Deze stijging wordt vooral veroorzaakt door een toename van het aantal BBL techniek deelnemers. Door hogere Rijksbijdragen in relatie tot de t-2 financieringssystematiek, waarbij wij de grote groei van het aantal deelnemers van de laatste jaren voorgefinancierd hebben, is de financiële ruimte ook aanwezig om een hoger aantal fte’s in te zetten. Het grootste deel van deze toename van het aantal fte’s bestaat uit flexibele formatie. Ten opzichte van ultimo 2017 (16,7%) is het percentage flexibele formatie toegenomen met 3,2% naar 19,9% ultimo 2018. De flexibele schil geeft het aandeel van de tijdelijke formatie ten opzichte van de totale formatie van het Alfa-college aan. 

Vergelijking realisatie 2018 versus de voor 2018  en 2019 begrote cijfers

 

Categorieën Begroting 2018 Werkelijk 2018 Verschil 2018 Begroting 2019
3.1 Rijksbijdragen 99 102,8 3,8 101,9
3.2 Overige overheidsbijdragen en -subsidies 1,6 1,7 0,1 1,5
3.3 College-, cursus-, les- en examengelden 0,1 0,1 0 0,1
3.4 Baten werk in opdracht van derden 5,7 6,4 0,7 5
3.5 Overige baten 4,1 4,3 0,2 3,5
         
4.1 Personeelslasten 78,1 78,3 0,2 83,0
4.2 Afschrijvingen 6,4 5,2 -/- 1,2 6,1
4.3 Huisvestingslasten 6,7 6,6 -/- 0,1 7,3
4.4 Overige lasten 14,2 13,6 -/- 0,6 14,9
         
5 Financiële baten en lasten -/- 2,3 -/- 2,0 0,3 -/- 0,7
         
7 Resultaat deelnemingen 0,4 0,4 0 0
         
Resultaat (incl. afrondingsverschil) 3,2 10 6,8 -/- 0,1

6.3 Analyse van de verschillen tussen de realisatie en de begroting

Bij de specificatie per onderwerp wordt een verklaring gegeven van de verschillen tussen de begroting 2018 en de realisatie 2018. Voor een diepere analyse verwijzen wij naar deel B (de jaarrekening) van dit geïntegreerd jaardocument.

Rijksbijdrage

De normatieve rijksbijdrage is ten opzichte van de begroting € 3,8 mln. hoger uitgevallen. Deze hogere normatieve rijksbijdrage wordt grotendeels veroorzaakt door een toename van de lumpsum ten gevolge van de compensatie van de toegenomen werkgeverslasten en de compensatie van de extra kosten als gevolg van het onderhandelingsakkoord cao MBO 2018-2020. 

Tevens is er in 2018 een aanzienlijke extra, onverwachte en incidentele Rijksbijdrage ontvangen vanuit het resultaatafhankelijke budget voor de thema’s VSV, Studiewaarde en BPV.

Overige overheidsbijdragen en subsidies

De stijging van de overige overheidsbijdragen ad € 0,1 mln. ten opzichte de begroting betreft met name een stijging door projecten die in 2018 nieuw zijn gestart en reeds lopende projecten waar een vervolg aan is gegeven w.o. TopTechniek in Bedrijf. 

Baten werk in opdrachten van derden

De hogere opbrengsten van werk in opdracht van derden ad € 0,7 mln. is het gevolg van een toename van de opbrengsten contractonderwijs en een toename van de overige baten in opdracht van derden (projectomzet).

Overige baten

De toename van de overige baten met € 0,2 mln. wordt met name veroorzaakt vanwege nieuwe detacheringen in 2018 die bij het opstellen van de begroting nog niet bekend waren alsmede detacheringsovereenkomsten die eind 2017 zouden aflopen echter verlengd zijn in 2018.

Personeelslasten

De totale personeelslasten nemen ten opzichte van de begroting toe met een bedrag van € 0,2 mln. Deze mutatie wordt met name veroorzaakt door toegenomen brutolonen & salarissen als gevolg van het onderhandelingsakkoord cao MBO 2018-2020 en een toename van het gemiddeld aantal fte. Tegenover deze kosten staat een aanzienlijke hogere vrijval van de personele voorzieningen alsmede hogere uitkeringen Ziektewet en WAO/WIA. 

Afschrijvingskosten

De afschrijvingslasten zijn afgenomen met € 1,2 mln. Deze mutatie wordt voornamelijk veroorzaakt doordat de implementatie van nieuwe hardware later is uitgevoerd dan aanvankelijk was gepland. 

Overige lasten

De overige lasten zijn met € 0,6 mln. gedaald. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door actief beleid op met name de inburgeringsdebiteuren. Hierdoor is een groot deel van de in 2017 als oninbaar geachte vorderingen alsnog geint. Hierdoor is de ultimo 2017 gevormde voorziening grotendeels vrijgevallen.

Financiële baten en lasten

De financiële baten en lasten zijn afgenomen met € 0,3 mln. Door herfinanciering van 2 leningsdelen tegen een gunstiger rentetarief zijn de kosten in 2018 gedaald.

6.4 Vooruitblik en begroting 2019

Het begrote exploitatieresultaat voor 2019 is -/- € 0,1 mln.  In de meerjarenraming die was opgenomen in de continuïteitsparagraaf van ons geïntegreerd jaardocument 2017 gingen we voor 2019 uit van een resultaat van € 3,2 mln. positief. Dit verschil wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt doordat we bij het maken van die raming nog uitgingen van een daling van ons deelnemersaantal in de beroepsopleidingen met 1,6%, terwijl het aantal deelnemers is gestegen met 4,1 % t.o.v. onze meerjarenraming. Dat heeft gevolgen voor loonkosten en overige personele lasten. Daarnaast is de loonstijging t.g.v. het cao-akkoord 2018 niet meegenomen in deze raming. Dat maakt dat onze personele lasten t.o.v. de raming 6,3 mln. hoger zijn. Het grotere aantal deelnemers dan geraamd brengt ook hogere huisvestingslasten en instellingslasten met zich mee. Tegenover deze toename van personeels-, huisvestings- en instellingslasten t.o.v. de meerjarenraming staan ook hogere baten (€ 4,1 mln.) en lagere afschrijvingslasten (€ 0,3 mln.) vanwege uitgestelde investeringen in 2018, doch die compenseren niet de extra lasten t.g.v. de deelnemersstijging en de cao-consequenties. Hieronder wordt schematisch de verschillen tussen het verwachte resultaat vanuit de meerjarenraming ten behoeve van ons geïntegreerd jaardocument 2018 afgezet tegen de begroting 2019.
 

Categorieën werkelijk begroting verschil
  2018 2019  
       
3.1 Rijksbijdragen OCW 102,8 101,9 -/- 0,9
3.2 Overige overheidsbijdragen en -subsidies 1,7 1,5 -/- 0,2
3.3 College-, cursus-, les- en examengelden 0,1 0,1 0
3.4 Baten werk in opdracht van derden 6,4 5 -/- 1,4
3.5 Overige baten 4,3 3,5 -/- 0,8
       
4.1 Personeelslasten 78,3 83,0 4,7
4.2 Afschrijvingen 5,2 6,1 0,9
4.3 Huisvestingslasten 6,6 7,3 0,7
4.4 Overige lasten 13,6 14,9 1,3
       
5 Financiële baten en lasten -/- 2,0 -/- 0,7 1,3
7 Resultaat deelnemingen 0,4 0 -/- 0,4
       
Resultaat (inclusief afrondingsverschil) 10 -/- 0,1 -/- 10,0

Hieronder wordt een nadere toelichting gegeven op de significante verschillen in de baten en lasten tussen realisatie 2018 en begroting 2019.

 

Rijksbijdragen OCW ( -/- € 0,9 mln.)

 

De Rijksbijdragen OCW nemen ten opzichte van 2018 af met € 0,9 mln. De Normatieve Rijksbijdrage neemt toe met  € 0,2 mln. De geoormerkte subsidies nemen af met € 0,4 mln. en de niet-geoormerkte subsidies nemen af met € 0,7 mln.

 

Rijksbijdrage OCW (+/+ € 0,2 mln.)
De Normatieve Rijksbijdrage neemt toe met € 0,2 mln. als gevolg van afschaffing Cascade. Het effect voor het Alfa-college op haar marktaandeel is positief waardoor er € 0,5 mln. meer aan Rijksbijdrage ontvangen zal worden. De toename van de Rijksbijdrage wordt echter via een overgangsregeling ingevoerd waardoor Alfa-college netto in 2019 € 0,2 mln. extra zal ontvangen.

Overige subsidies OCW (-/- € 1,1 mln.)
De geoormerkte Rijksbijdrage neemt af met € 0,4 mln. Deze afname wordt voornamelijk veroorzaakt doordat er een RIF project is afgerond in 2018 en er een ander RIF project wordt afgerond in 2019. Hierdoor nemen de subsidiebaten af.
De niet-geoormerkte subsidies nemen eveneens af. Dit is het gevolg van eenmalige extra ontvangsten in 2018 vanuit het resultaatafhankelijk budget voor VSV, Studiewaarde en BPV die in 2019 niet worden verwacht.

 

Baten werk in opdracht van derden (-/- € 1,4 mln.)

 

Ten opzichte van 2018 dalen de baten in opdracht van derden met € 1,4 mln. 
De daling is het gevolg van lagere omzet van € 0,1 mln. bij het contractonderwijs.
De grote groep vluchtelingen die in 2016 en 2017 met het inburgeringstraject is gestart is in 2018 uitgestroomd. De nieuwe instroom is in 2018 lager geweest, waardoor de opbrengst inburgeringscontracten daalt met € 1,0 mln. Tegenover deze afname staat ook een daling van de personele en materiële kosten.
De overige baten werk i.o.v. derden dalen met € 0,3 mln. door lagere projectopbrengsten.

 

 

Overige baten (-/- € 0,8 mln.)

 

De overige baten worden lager ingeschat doordat in 2018 de verkoop van het pand aan de Travertijnstraat 6 heeft geleid tot een incidenteel hoge opbrengst.

 

 

Personeelslasten (+/+ € 4,7 mln.)

 

Ten opzichte van 2018 nemen de totale personele lasten met € 4,7 mln. toe. Naast de stijging van de kosten voor bruto lonen en salarissen met € 2,7 mln., stijgen eveneens de overige personele lasten met € 2,0 mln. Onderliggend worden de significante verschillen toegelicht.

 

De bruto lonen en salarissen stijgen met € 2,7 mln. ten opzichte van 2018. Dit is een gevolg van:
+ daling van de gemiddeld fte-inzet (€ 0,1 mln.); 
+ effect herberekening GPL voor het CvB en de service-unit Bedrijfsvoering voor de begroting van 2019 ( € 0,5 mln.)
- uitkomsten cao MBO 2018-2020 onderhandelingsakkoord (€ 3,0 mln.)
- doorstroming van docenten in het functiebouwwerk (€ 0,3 mln.); 

Voor 2019 is gemiddeld 1.001 fte’s (excl. mobiliteit) begroot. Voor 2018 is gemiddeld 995.6 fte’s (excl. mobiliteit) begroot, terwijl de gemiddelde bezetting over 2018 1005,3 fte’s (excl. mobiliteit) was. Het aantal deelnemers heeft de afgelopen jaren een sterke groei doorgemaakt. Dit heeft vooral geleid tot een groei van het aantal fte’s bij het primaire proces en het direct onderwijsondersteunend personeel, terwijl het aantal fte’s in de service-unit Bedrijfsvoering nagenoeg gelijk bleef. 

De overige personele lasten stijgen met € 2,0 mln. ten opzichte van 2018. Dit is een gevolg van:
- lagere vrijval aan de personele voorzieningen ad € 1,2 mln. In 2018 is een aanzienlijk bedrag vrijgevallen van de voorziening wachtgeld naar aanleiding van actief gevoerd beleid. Naar verwachting zal in 2019 de in- en uitstroom relatief gezien aan elkaar gelijk zijn;
- lagere begrote inzet werk derden ad € 0,3 mln.; 
- hogere begrote scholingskosten ad € 0,6 mln.; 
- hogere uitkering Ziektewet en WAO/WIA ad € 0,4 mln.;
- hogere wachtgelduitkering ad € 0,1 mln.

 

Afschrijvingen (+/+ € 0,9 mln.)

 

De afschrijvingskosten nemen met € 0,9 mln. toe. De ver-/nieuwbouw aan de Voltastraat 33 in Hoogeveen zorgt in 2019 en 2020 voor een flinke toename van de afschrijvingslasten. Voor 2019 wordt een stijging van € 0,5 mln. aan afschrijvingslasten verwacht gerelateerd aan de investeringen die gepaard gaan met de plannen. Tevens zal het Alfa-college op alle locaties de komende jaren flink investeren in het vervangen van de basisvoorzieningen. Deze bestaan naast kantoormeubilair uit inrichting voor de leslokalen zoals leerlingensetjes en audiovisuele apparatuur. Hierdoor nemen de afschrijvingskosten eveneens toe.

 

 

Huisvestingslasten (+/+ € 0,7 mln.)

 

Verwacht wordt dat de huisvestingslasten in 2018 € 0,7 mln. hoger zullen uitvallen. Dit wordt onder andere veroorzaakt door hogere beveiligingskosten. Dit heeft te maken met langere openstellingen van diverse locaties waarbij er vooral in de avonduren gebruik wordt gemaakt van het beveiligingsbedrijf Trigion. Tevens nemen de huurkosten toe vanwege de sterke groei van het aantal BBL-deelnemers op voornamelijk de locatie Admiraal de Ruyterlaan. Door deze groei zal er naar externe locaties uitgeweken worden. 
Op de locaties aan de Admiraal de Ruyterlaan en de Kluiverboom worden in 2019 schilderwerkzaamheden uitgevoerd. Ook hierdoor nemen de huisvestingskosten toe.

 

 

Financiële baten en lasten (-/- € 1,3 mln.)

 

Het saldo van de financiële baten en lasten neemt per saldo in positieve zin af met € 1,3 mln. De herfinanciering van 2 ING-lening delen bij het Ministerie van Financiën heeft ertoe geleid dat er aanzienlijk minder rente betaald hoeft te worden in de jaren 2019 en verder. 

 

 

Resultaat deelneming (-/- € 0,4 mln.)

 

Het resultaat uit de deelneming van het LOC+ Hardenberg ligt in 2019 € 0,4 mln. lager ten opzichte van de 2018, omdat de verwachting is dat de leden een lager winstaandeel uitgekeerd zullen krijgen.